Damaraland

Donderdag 21 september 2006

Verder gaat het weer richting Damaraland. Het duurt nog lang voordat we in de buurt van Palmwag komen. Het landschap van Damaraland is schitterend. Het is ook ruig en zo mogelijk nog leger dan Kaokoland maar ondanks dat het ruig is, is het ook weer lieflijker. Wel heel erg jammer dat hier allemaal concessiegebieden zijn. Het lijkt wel of het hele gebied in handen is van een paar particulieren. Je mag nergens in, er zijn geen zijwegen. De enige manier om dieper in Damaraland te komen is om in ťťn van die dure lodges te verblijven. Meer naar het zuiden verandert dit gelukkig wel wat.

Halfweg de middag komen we in bekend gebied, de omgeving van Twyfelfontein. Als het op overnachten aankomt zijn er maar weinig keuzes hoewel de keuzemogelijkheden in vergelijking met vijf jaar geleden meer dan verdubbeld In de buurt van Palmwag zijn (Helaas. Het toerisme in NamibiŽ bloeit toch te hard.)
Er zijn twee campings. De Aba Huab camping waar we vijf jaar geleden verbleven staat nu al flink vol en we zien direct al een overlandergroep. De camping is inmiddels ook enorm uitgebreid, maar de beste plaatsen, naast de rivier, zijn bezet.

Daarom proberen we nu het nieuwe Xaragu Camp. Volgens de website is het door jonge Duitsers opgezet. Het is een nette camping. Ze hebben duidelijk hun best gedaan om er iets moois van te maken maar voor ons is het iets te jolig. Her en der staan nepdieren opgesteld. De campingplaatsen zijn best groot maar allemaal in een rijtje en de privacy is nul.
Volgens de website hebben ze ook nog dieren rondlopen. Maar dat rondlopen doen alleen een paar struisvogels en een pauw op de tafels in het restaurant. De rest zit in kleine kooitjes en er zit zelfs een baviaan aan een ketting. Daar staat een groot bord bij met daarop een tekst: "Wij zijn geen dierentuin. Wij vangen dieren op om ze later in het wild weer uit te zetten."
Verder staat op het bord te lezen dat ze de baviaan een paar jaar geleden hebben gekregen. Hij was toen volledig ondervoed en mist een paar vingers. Nadat hij was aangesterkt hebben ze geprobeerd om hem uit te zetten maar daarbij werd hij bijna gedood door andere bavianen.
Daarom hebben ze hem sindsdien aan een ketting zitten want als ze hem loslaten dan vernielt hij alles op de camping.
De laatste zinnen op het bord zijn: "Dus er zijn maar twee opties: ůf hij moeten worden afgemaakt ůf hij moet aan een ketting verder leven en met liefde verzorgd worden. Ben jij degene die het voor hem wil beslissen?"
Nou als wij het voor hem moesten beslissen dan kozen we voor het spuitje. Naar onze mening hoort het bij het wildleven dat er wel eens dieren gedood worden of anderszins doodgaan. En wij denken dat een dier dat in het wild geboren wordt beter af is wanneer hij dood is dan wanneer hij jaren aan ketting moet liggen. En dan heeft deze aap ook nog geen schaduw wanneer de zon heet in de hemel staat. Hoezo met liefde verzorgd? Er is nog geen boom waar hij in kan klimmen. Hij zit aan een dode boomstronk midden in een bed van gravel!
Maar het is ons niet duidelijk of deze baviaan in het wild is geboren. Misschien wordt het dan een ander verhaal?

Die dierenopvang lijkt wel in de genen van de NamibiŽrs te zitten. Als je een reisgids doorleest of over internet surft dan hebben ze er hier nogal vaak een handje van om verweesde of gewonde dieren op te vangen. Maar wij vragen ons af hoe vaak het lukt om de dieren dan ook echt weer in het wild uit te zetten. We vragen ons ook af in hoeverre de dieren op professionele wijze worden uitgezet of dat het meer een kwestie is van loslaten. En zoals gezegd zijn wij van mening dat het voor in het wild geboren dieren beter is om te sterven dan om de rest van hun leven in een kooi te zitten.

Wel hebben ze hier twee leuke honden, waaronder een husky (in de woestijn!), waarmee we snel bevriend raken. Ze zijn niet bij ons weg te slaan maar dat zal ook wel liggen aan het feit dat ze met ons mee mogen eten.

Gelukkig is het niet druk maar na zonsondergang komt toch nog een Zuid-Afrikaanse familie van een man of tien. Ze hebben twee kampeerauto's bij zich en een heleboel campingspullen. Ze zijn bijzonder asociaal, en tot diep in de nacht wordt er gefeest.
Rond 23.00 uur komt er nog iemand vragen of ze stil willen zijn maar aan het aanhoudende geluid te horen willen ze dat niet.

Vrijdag 22 september 2006

We zijn al vroeg wakker en proberen een beetje treiterig de Zuid-Afrikaans aso-familie ook vroeg wakker te krijgen. Maar die zijn kennelijk zo gewend aan herrie dat ze overal doorheen kunnen slapen.
De husky is al weer op en als we hem roepen dan rent hij in volle vaart op ons af. Hij krijgt nog een knšckebrŲdje maar dat vindt hij helemaal niet lekker.

Daarna gaan we, net als gisteren, op zoek naar de woestijnolifanten. Ze zijn erg zeldzaam maar vijf jaar geleden zagen we ze constant in dit gebied. Dit jaar hebben we geen geluk. We zien wel sporen maar ze zijn nu niet in de buurt. Ze kunnen per dag 70 km afleggen dus de kans dat je ze ziet is niet zo groot.

We rijden speciaal om via Khorixas want op de kaart is dat een grote plaats. Maar het valt heel erg tegen. Bij de benzinepomp wordt de auto omringd door mannen die bewerkte kastanjes aan een touwtje verkopen. In het begin zijn we nog vriendelijk en zeggen we hoe onze moeders heten. Maar dan worden er direct wat kastanjes met hun namen aan ons opgedrongen. Een ander vraagt hoe mijn zussen heten. Dus ik zeg op zijn Nederlands, Esther en Judith. Hij vraagt verder niets en schrijft de namen foutloos in de kastanje. Toch wel knap, dat moeten we hem nageven. Maar ze zijn zo vreselijk opdringerig dat we er ziek van worden.
Er hangen vieren mannen door mijn raam naar binnen. Ik kan ze niet negeren want ze roepen voortduren Maud in mijn oor en leggen de kastanjes in mijn hand. Ik wil ze niet maar we worden bijna verplicht ze te kopen. We geven ze weer terug maar ze weigeren hun hand uit te steken om ze aan te nemen. Op zich gunnen we de mensen hier graag een handel maar deze mannen zijn zo vervelend. Dan leggen we de kastanjes maar op de benzinepomp en rijden we weg.
Maar ver komen we niet want de "supermarkt" ligt naast het benzinestation. Het vlees vertrouwen wehier niet want het zou ons niet verbazen als de diepvries hier af en toe uitvalt. En het brood is een week oud, zo lijkt het. En de rest van wat er in de schappen ligt is ook niet echt om over naar huis te schrijven. Daar rijd je dan voor om in de veronderstelling een goede supermarkt aan te treffen.

Dan maar naar een pinautomaat op zoek. De enige die werkt isÖjawel weer bij dat benzinestation met de kastanjeverkopers.
Ik ga nu maar in de hitte met dichte ramen een boek lezen terwijl Hans probeert te pinnen.
Er komt nog een andere man die mij vraagt "How are you doing?" Ik word ziek van het gezeik en zeg dus: "Not very well at the moment." Maar dat antwoord doet niet ter zake. De volgende vraag is "Where you from?".
Ach, toch wel grappig. Hij poetst zonder vragen als derde persoon in vijf minuten onze voorruit. We geven hem toch maar wat. De mensen zijn hier erg arm en proberen wat te verdienen aan de toeristen. Maar ze moeten niet zo opdringerig en gehaaid zijn dat wij het gevoel krijgen eigenlijk gewoon geminacht te worden.
Uiteraard lukt het pinnen in de laatste automaat ook niet en we weten nu dat we nooit meer terug hoeven naar Khorixas.

We rijden verder in het Zuidelijke Damaraland.
Een tijd later passeren we de Brandberg. Daar is het ineens loeidruk, voor Namibische begrippen. In de buurt van de toegangsweg komen we zo'n zes andere auto's tegen dus dat slaan we maar over. Bovendien klinkt de camping bij Spitzkoppe erg veelbelovend en we moeten een keuze maken.

We rijden over de D1930 van Uis naar Spitzkoppe. Het is een gewone gravelweg maar toevallig gaat ťťn stuk door een rivierbedding die erg zanderig is. En daar staat een 2WD auto vast. Het blijken Nederlanders te zijn. Ze zitten echt muurvast. Op zich valt het zand wel mee (na wat we allemaal meegemaakt hebben in Botswana) maar met een 2WD auto kom je daar echt niet weg. Meehelpen duwen helpt niet, dus we trekken hem er achteruit uit. In eerste instantie klappen de wielen schuin waardoor hij zich verder ingraaft en onze auto begint zich daardoor ook in te graven. Bij de tweede poging in low gear klappen de wielen weer schuin maar we trekken door. In low gear is het een fluitje van een cent. De man zei dat hij niet eens het gevoel had aangetrokken te worden. Die low gear is echt het tovermiddel.
De Nederlanders besluiten om om te draaien want ze weten niet wat er nog meer komt. Pas later denken we eraan dat ze net zo goed achter ons aan hadden kunnen rijden, want dan hadden wij hen in geval van nood kunnen helpen. Maar zelfs dat blijkt niet nodig want verder is de weg geen probleem. Dit is ook de enig keer dat we in NamibiŽ meemaken dat wat op de kaart als normale weg staat aangegeven toch niet geschikt is voor 2WD.

Spitzkoppe blijkt schitterend te zijn. Prachtige rotsen, schitterende vergezichten. Het heeft veel weg van het zuidwesten van Amerika.
Bij de ingang treffen we heel vriendelijke jonge mensen aan, nog bijna kinderen. We betalen en dan mogen we gaan staan waar we willen. We rijden wat rond maar kunnen helemaal geen kampeerplaatsen vinden. Bij de ingang zien we wel wat gebouwtjes en wat bungalows. Die blijken niet de moeite Plaats elf van de Spitzkoppe Campsite waard dus besluiten we te kamperen. Maar waar zijn nou toch die kampeerplaatsen? We komen wel een bordje tegen dat wijst naar nature campsites maar wij vinden niets. Na een kwartier rondrijden gaan we toch maar weer terug naar de ingang.
En daar blijkt dat er een soort kleine camping is bij de ingang, voor de mensen die het wat "luxer" willen hebben met faciliteiten. Daar is namelijk een zeer gammel toilet zonder water. De douche is een hoog gehangen regenton waar een kraantje uit komt. Daar staat dan gaas omheen dus je kunt er helemaal doorheen kijken. Dan is er ook nog een gebouw waar "restaurant" op staat maar we vragen ons af of daar ooit eten geserveerd wordt.
En verder blijken de kampeerplaatsen allemaal zeer ver verspreid te liggen in dit schitterende natuurgebied. Ze hebben echt nummers en als we weten hoe we moeten kijken herkennen we ze, meestal aan de kampvuurplaats. Verder is er nog een vuilniston en voor de rest helemaal niets.
Wel staat er af en toe in het niets een houten hokje, zoals tussen kampeerplaats 10 en 11, met daarin een betonnen gemetselde pot met gat. Dat is dan de wc maar hier doen wij het liever in een zelf gegraven gat in de grond.

We komen uit op campsite nr. 11 en bedenken dat er vast geen mooiere te vinden is in heel NamibiŽ. Deze ligt in een zachtgroene vallei tussen hoge rode rotsen. Er zijn maar liefst drie kampeerplaatsen in deze vallei maar het is er zo groot dat je denkt dat je alleen bent.
Maar helaas komt ook hier een grote familie staan waarvan de kinderen de echo uitproberen. Het gegil houdt maar niet op en wij begin er echt van te balen maar gelukkig zijn ze na een uur krijsen waarschijnlijk hees want we horen (en zien) ze de rest van ons verblijf niet meer en we hebben weer het gevoel alleen op de wereld te zijn.

Plaats nr. 11 heeft een paar rotsen waar je achterdoor kunt lopen. Je komt dan uit in een soort "kamer" tussen de rotsen waar ook nog een vuurplaats is. Aan roetsporen en kaarsvet kunnen we zien dat er mensen zijn geweest die kaarsen in de rotswanden hebben gezet. We kunnen ons voorstellen dat je daar dan wel erg spiritueel van wordt. Het is waarlijk een magische plek.
Ook kunnen de rotsen hier makkelijk beklommen worden waardoor we een adembenemend uitzicht hebben op de weidse omgeving. Het is om kippenvel van te krijgen, zo wonderschoon. Dit is Afrika op haar allermooist. We zien een zachtgroene vlakte zo ver als je kunt kijken en er woont niemand. Hier en daar rijzen er rode bergen uit op.
Niet voor niets staat de prachtige zonsondergang die we hier beleven prominent op een foto boven aan deze pagina.
We zien prachtig gekleurde hagedissen en er zitten hier dieren waarvan we even de naam op moeten zoeken. Het blijken dassieratten te zijn.

In Mahangu lag op de camping bij onze vuurplaats een restant brandhout dat we meegenomen hebben. We hadden alleen tot op heden nog geen gelegenheid om het op te stoken maar dit is een heel geschikte plek.
's Avonds verlicht het knapperend vuurtje ons amfitheater van rode rotsen en staren we naar boven om de melkweg te bekijken. En verder heerst hier absolute stilte.
MaarÖ.. er is hier wel GSM bereik. In het hele dichtbevolkte noorden van NamibiŽ is nergens bereik. (Althans met KPN; iedereen loopt te bellen maar KPN geeft je daar geen toegang tot het netwerk.). Maar in het verafgelegen Sesfontein en in deze onbevolkte uithoek, ver en ver weg van wat dan ook, is weer wel bereik. Absurd!

Zaterdag 23 september 2006

Het was warm vannacht dus om 05.30 uur maar uit de tent gekropen om af te koelen. Ik zit helemaal alleen op een rots en langzaam komt de zon achter me op. Ik krijg het gevoel dat alle tijden hier samensmelten. Ik kan bijna de mammoeten zien rondlopen en later de bosjesmannen, de San, die hier eeuwen gewoond hebben. Ik weet zeker dat ze ook op deze rots gezeten hebben en naar hetzelfde uitzicht gekeken hebben, bij zonsopkomst of zonsondergang. Overal in dit gebied zijn nog steeds hun sporen te vinden in de vorm van rotstekeningen.

Op ons gemak bezoeken we de bezienswaardigheden in dit gebied. We zien de rotstekeningen bij Small Bushman's Paradise. Ze liggen 's morgens pal in de zon en er is niet veel van te zien, hoewel we wel wat mensfiguren herkennen en nog een dier, met vier poten.
Hopelijk zien we meer bij Bushman's Paradise. Daar aangekomen zien we een ketting die ons moet helpen om een ongelofelijk steile rots te beklimmen. Het heeft wat weg van wat we gezien hebben bij Ayer's Rock in AustraliŽ.
Je moet jezelf hier echt aan je armen via die ketting omhoog trekken want voor lopen is het veel te steil en glad. Omhoog gaat nog maar halfweg de rots wordt ik echt bang dat ik niet meer naar beneden durf. Dus ik blijf hier wachten, zittend op een rots met een paal tussen mijn benen. Want anders rol je dus gewoon naar beneden. Het uitzicht is hier wel fenomenaal.
Hans klimt nog wel verder naar boven en treft daar weer een nieuwe ketting aan en geeft de moed dus ook maar op.
Naar beneden doen we achteruit, hangend aan die zwierende kettingen. Maar op zich valt dat toch nog mee. We hebben geen idee wat voor rotstekeningen we gemist hebben. Ook op internet kunnen we er nergens ook maar ťťn foto van vinden, wel van de prachtige natuur, maar niet van de tekeningen zelf. Bestaan ze wel? Of geeft iedereen de moed op voordat het doel bereikt is?

Vervolg: Etosha

Bijbehorende foto's