Moremi

Zondag 10 september 2006

Dit is vast de gekste vakantiedag die we ooit hebben meegemaakt. Maar laten we maar bij het begin beginnen.
Na een ontbijt in de Maun Lodge doen we onze laatste boodschappen in Maun. De Spar, een keten die in Zuidelijk Afrika heel groot is, was vandaag al erg vroeg open. We kopen nog wat vlees en brood en rond 09.00 uur gaan we met 180 liter benzine en 60 liter water op weg, de wildernis in.
We weten niet precies welke richting het uit is naar Moremi. Dit staat niet echt goed aangegeven. Maar van tijd tot tijd vliegt er een klein vliegtuigje over in de richting van de Okavango delta en door die te volgen rijden we direct goed. Volg de vliegtuigjes!

Een uur later zitten we bij de veterinary fence en volgt de afslag naar Moremi. Daar wordt de weg al direct behoorlijk slecht. Het asfalt is verdwenen en er zitten flinke gaten in de zandweg. Het is er wel loeidruk, naar verhouding dan, maar het rijdt er behoorlijk af en aan. We komen veel groeps-safarivoertuigen tegen en enkele individuen zoals wij.

Onderweg stoppen we af en toe en we vinden dat de auto steeds meer naar benzine gaat ruiken. We vonden hem altijd al een beetje naar benzine ruiken maar nu begint het echt te stinken.
Rond 12.30 uur komen we aan bij South Gate. We betalen het entreegeld en parkeren onder een boom. We duiken onder de auto en hij blijkt inderdaad benzine te lekken, maar er is niet te zien waaruit. Een bestuurder van een Vastgelopen in het zand van Moremi lodge-voertuig loopt langs en adviseert om zeep te gebruiken. We denken dat we daarmee het lek op kunnen sporen maar wat moeten we dan met die wetenschap? Hij voegt er ook nog aan toe: "Een gat in de benzinetank? Oh, als dat je enige probleem is, dan valt het wel mee."
Eerst maar eens het reservewiel naar beneden draaien. Maar dan schrikken we ons helemaal kapot. De hele onderkant van de tweede benzinetank druipt van de benzine. Het loopt eruit met meer dan een drup per seconde.

Dit lijkt het einde van ons Botswana-avontuur, nog voordat het begonnen is. Dit is de echte wildernis. Er is hier niets meer. Geen elektriciteit, geen telefoonverbindingen, GSM-bereik al helemaal niet, geen wegen maar tracks, geen winkels, geen huizen, geen benzinepompen en bijna geen mensen. We zijn dus heel erg teleurgesteld. We hebben speciaal voor de komende vijf dagen 180 liter benzine meegenomen omdat er niets te krijgen is, dus een lekkende benzinetank is funest, om nog maar niet eens over de gevaren daarvan te spreken.
Maun is een paar uur terugrijden en vandaar is het nog zo'n 1000 km naar Windhoek. De verhuurder had al gezegd dat we onderweg gewoon reparaties uit mogen laten voeren op zijn kosten omdat het geen zin heeft dat hij er speciaal voor komt. Daarvoor zijn de afstanden te groot en de wegen te slecht. Maar dit is andere koek. Dit zal een vervangend voertuig moeten worden en tegen de tijd dat die er eindelijk is zijn alle gereserveerde overnachtingen al voorbij. Dit is een ramp voor onze plannen en de halve reis ligt nu al in duigen en we zijn pas 2 dagen onderweg.

Toevallig passeert er net een Nederlands gezin aan de ingang en we overleggen of we hen onze reservering aan zullen bieden en of we ons entreegeld terug zullen vragen nu we direct weer terug moeten.
Al doende komen we in contact met deze Nederlanders en ze blijken met hun drie jonge dochters een jaar op reis te zijn door Afrika, in een auto met Nederlands kenteken en aanhanger.
Ze hebben een satelliettelefoon bij zich en we mogen het verhuurbedrijf Coastal Car Hire bellen. De eigenaar schrikt zich kapot en adviseert ons ook al om in eerste instantie te beginnen met zeep in het gat te stoppen. Nu snappen we ook de eerdere opmerking over zeep. Met een gewoon stuk handzeep (of kaarsvet) kun je gaten dichten wanneer je verder niets bij de hand hebt.
Maar naast de satelliettelefoon heeft dit Nederlandse gezin ook superkit bij. En ze zijn zo vriendelijk om onze benzinetank volledig met kit te dichten. Maar ze waarschuwen ons wel dat dit niet lang houdt en dat we echt terug moeten.
We zijn nog steeds zo aangeslagen dat we ze eigenlijk niet voldoende bedanken.

De reserveband blijkt overigens van belabberde kwaliteit en is nu doorweekt met benzine. Hij stinkt een uur tegen de wind in maar hij moet toch achterin bij de bagage. Het is veel te riskant om hem weer onder de benzinetank te hangen. Dus in een mum van tijd stinkt alle bagage naar benzine. Die lucht wordt geleidelijk minder maar zal er de hele vakantie blijven hangen. De band blijft ook de hele reis achterin. De wonderkit uit Nederland heeft dus ook de hele reis de benzinetank dichtgehouden maar op dit moment weten we dat uiteraard nog niet.
Omdat er berichten zijn over cheeta's op 10 km van de ingang besluiten we om te proberen die op te sporen. We hebben nog tijd over en benzine genoeg om eventueel terug te gaan naar Maun en door nu een stukje het reservaat in te rijden kunnen we zien hoe de kit zich houdt. Bovendien weten we dat we in geval van nood nog zeep in het gat kunnen doen. We rijden dus toch maar Moremi in.
We controleren het lek elk kwartier. De cheeta's vinden we niet maar de benzinetank blijft dicht zitten. Dus we besluiten om weer iets verder te rijden richting de Third Bridge Campsite en controleren nu elk uur. De tank blijft dicht. Inmiddels is het erg rustig geworden, we zien geen mensen meer. We snappen eigenlijk niet dat het ineens zo rustig kan zijn terwijl we zojuist nog zoveel voertuigen tegenkwamen op de toegangsweg. Maar het gebied is groot genoeg en naar verhouding zijn er toch erg weinig mensen. Daarentegen is het wel weer druk genoeg om noodsituaties te vermijden, hulp is aanwezig, hoewel je er soms wel een tijdje op moet wachten.

Omdat we de auto nog niet goed kennen komen we een keer vast te zitten in het diepe losse zand. Het duurt een uur voordat we onszelf, op het heetst van de dag in de brandende zon, hebben uitgegraven. En al die tijd komt er niemand langs.
De hoeveelheid wild valt overigens erg tegen. We zien niet erg veel en we zijn vooral bezig om de auto over de zandpaden te manoeuvreren.

We hebben plaats no. 7 op Third Bridge Campsite toegewezen gekregen, maar we zien nergens aanduidingen van nummers. Ook ontdekken we geen toiletgebouw, wat er wel zou moeten zijn. Dus we gaan maar ergens staan want zonsondergang nadert snel. Het is inmiddels al tegen 17.30 uur. Dus we hebben zo'n drieŽneenhalf uur gedaan over de route vanaf South Gate. En jawel, wij blijken toevallig net de beruchte plaats no. 5 gekozen te hebben. En die wilde we kost wat kost vermijden.
Kampeerplaats 5 is namelijk onder een paar enorme bomen waarin een bavianenfamilie woont. Die bavianen schijnen zo agressief te zijn dat ze een reŽel gevaar opleveren en uitermate bedreigend zijn. Maar 's nachts slapen ze en dus wachten we met koken totdat het donker wordt. Wanneer we onze tafel opzetten en de kookspullen voor de dag halen zijn er tientallen apen in de bomen boven ons gekropen. Ze krijsen en vechten boven ons hoofd. En ze houden ons bijzonder waakzaam in de gaten. Als het echt donker is beginnen we met koken en prompt komt er een brede straal urine naast de tafel naar beneden. Heel de vooruit van de auto is letterlijk zeiknat.
We verplaatsen dus de tafel naar het enige plekje van de grote kampeerplaats waar geen boomtakken boven hangen. Maar dit plekje is maar een paar vierkante meter groot.
De auto zetten we er vlakbij maar die is niet vrij van vallende urinestralen. Uit ervaring weten we dat er ook nog grote drollen naar beneden kunnen zeilen. Welkom in de vrije natuur! Gelukkig valt er niets op de tent.

Toch valt het ons hier allemaal wat tegen. We zien erg weinig dieren en de wegen zijn slecht. Op zich is dat laatste niet zo erg maar ons voornaamste doel zijn de dieren en die zijn op dit moment schaars in dit gebied. Het gevolg is dat je alleen maar met autorijden bezig bent. En dan hebben we nog een hele moeilijke rit naar Savuti voor de boeg. Daar hebben we maar ťťn overnachting gereserveerd en dan moeten we alweer verder. Achteraf zijn we niet gelukkig met die planning nu we daadwerkelijk de conditie van de wegen zien. Daar komt dan ook nog het probleem met de benzinetank bij. Bovendien weten we nu pas dat je los zand eigenlijk in de ochtend moet rijden omdat koel zand harder is.

En de Third Bridge Campsite heeft ook al veel minder privacy dan we verwacht hadden. De plaatsen zijn wel groot maar de buren zijn goed te zien. En een toiletgebouw is niet aanwezig. Dat blijkt later wel ergens anders te zijn, maar je moet er een stuk voor omrijden.
Ze willen hier wel wildernis handhaven dus onderhoud van wegen en bruggen of andere service valt nauwelijks te verwachten. Maar je bent dan wel weer verplicht om op een camping te overnachten waar je persť maanden vooraf moet reserveren. Vervolgens blijkt die reservering een wassen neus en zijn de kampeerplaatsen onherkenbaar. Met het gevolg dat iedereen maar ergens gaat staan en er weinig privacy is, maar geen toiletten. Je moet je behoefte dus naast je buurman onder een boom gaan doen, bedekkende struiken zijn er nauwelijks. Het gevolg is dat er ook her en der toiletpapier rondslingert.

Bruggen zijn er wel in dit gebied. Men doet dus wel moeite om een brug te maken maar dan wel van slechts een paar boomstammen die het net zolang houden totdat er een auto doorheen zakt. Je zou maar net de pech hebben om in die auto te zitten. En vervolgens is de brug een paar maanden kapot. Het maakt op ons de indruk van ik wil wel maar ik kan niet. Men wil het gebied wild houden, maar aan de andere kant ook weer toeristen trekken. En het gevolg is dat het vlees noch vis is. Dat geldt althans voor Third Bridge Campsite en omgeving. Over de rest kunnen we niet oordelen.
Dus al met al overwegen we serieus om onze reserveringen te laten schieten en bespreken we de opties die we dan nog hebben.
Morgen eerst maar eens de ook vooraf geboekte mokorotrip doen.

Maandag 11 september 2006

Met zonsopgang worden de bavianen boven ons hoofd wakker. Ze krijsen en vechten en ze gaan zo tekeer dat het wel lijkt alsof het stormt. Allerlei blaadjes, zaden en andere troep uit de bomen valt naar beneden.
We pakken eerst alle spullen in en rijden een klein stukje van de camping af om te gaan ontbijten. Want met de bavianen schijnt dat echt niet te gaan zonder bedreigd te worden.
En dus parkeren we de auto en ontbijten we omringd door meerkatten. Die zijn niet agressief. Ze staan wel op een tak naar ons te dreigen maar de meerkatjes snappen niet dat ze erg schattig zijn als ze staan te dreigen.

Na het ontbijt rijden we naar Mboma Boat Station. Onderweg zien we niet veel dieren, maar toch wel een groepje moerasantilopen die we nog nooit eerder zagen. Naarmate we dichter bij de rand van de Okavango delta komen rijden we door steeds hoger riet. Ook wordt de bodem wat drassiger maar in deze tijd levert dat geen problemen op. Wel zijn de sporen, die gemaakt zijn in de natte tijd, zo diep dat we af en toe vrezen voor de benzinetank waar we nog steeds niet gerust op zijn.
We komen een half uur te laat maar dat is hier geen probleem. Samen met onze poler stappen we de boot in. Het is ongelooflijk vredig en rustgevend om over deze wateren gevaren te worden. We zien weer helemaal geen dieren maar we hangen lekker in het bootje. De stilte is bijna oorverdovend. De poler geeft ons uitleg over de planten, hun medicinale werking, gebruikswaarde etc. De tocht zou drie uur duren.
Na ongeveer anderhalf uur komt er plotseling een motorboot door de smalle kanaaltjes aangescheurd. Dit is absoluut verboden en al snel Onze mokoro nadat we omsloegen blijkt waarom. De boeggolven slaan in de mokoro en binnen een seconde slaat onze mokoro om en liggen we in het water van de Okavango delta. Op de een of andere manier lukt het om de fotocamera boven water te houden waardoor hij van binnen niet nat wordt. En wat een geluk dat we voor de zekerheid de andere camera met spullen in de auto hebben gelaten.
Maar verder is alles volledig doorweekt. Wijzelf, onze verrekijkers, onze portemonnee, de compact flash kaart en reservebatterij. Maar ook de fieldguides van onze poler drijven treurig op het water.
Op de een of andere manier worden we weer in de mokoro gehesen. De waterplanten hangen in de sandalen tussen onze tenen en alles zit vol modder. Pas later realiseren we ons dat er ook heel goed krokodillen hadden kunnen zitten.

We hebben helemaal geen zin meer en vragen om terug te keren. Onze poler is ook helemaal van slag. Voor hem waren zijn boeken naar verhouding waarschijnlijk net zo waardevol als onze vergane spullen. (Achteraf bleek het meeste nog wel te redden). Hij probeert via zijn walkietalkie contact te krijgen met het Boat Station maar ook de walkietalkie is doorweekt. Eindelijk lukt dat. We hebben geen idee wat hij zegt maar opeens verschijnt een motorboot van henzelf.
Nu blijkt dat het plan is om ons nog een uur in de motorboot rond te laten varen zodat we onze trip af kunnen maken. Waarschijnlijk is dat wel een goed idee want anders zouden we eindigen met deze kater. Met deze motorboot kunnen we ook op de lagoons komen waar nijlpaarden zitten want dat is met een mokoro te gevaarlijk. Maar meer dieren zien we ook met de motorboot niet. Wel zijn de lagoons prachtig om te zien.
Volledig doorweekt stappen we na drie uur varen weer uit. We hebben het nu helemaal gehad met Moremi. Het lijkt wel alsof dit hele gebied ons vertelt om hier weg te gaan.

Eerst het gebrek aan geld, daarna de lekke benzinetank, dan het gebrek aan wild en de kampeerplaats die tegenvalt en dan nu de omgeslagen mokoro.
We besluiten definitief om twee gereserveerde overnachtingen te laten vallen. Zoveel hebben we daar niet voor betaald. Het gaat maar om zo'n acht euro per nacht. We besluiten om terug te gaan naar Maun en dan helemaal over de asfaltweg naar Kasane en Chobe te rijden. Op die manier kunnen we nog wel de laatste twee gereserveerde nachten in Chobe verblijven. Ons schema wordt veranderd:
Gereserveerd Nieuwe planning
10-09 Third Bridge - Moremi 10-09 Third Bridge - Moremi
11-09 Third Bridge - Moremi 11-09 Maun
12-09 Savuti - Chobe 12-09 Tussen Maun en Kasane
13-09 Ihaha - Chobe 13-09 Ihaha - Chobe
14-09 Ihaha - Chobe 14-09 Ihaha - Chobe


En vanaf het moment dat we definitief besluiten om niet naar Savuti te gaan maar terug naar Maun krijgen we het geluk weer aan onze kant en wordt het een reis met geweldige ervaringen.

Maar eerst moeten we nog vier jonge Tsjechen helpen. Zij zijn met een Nissan X-trail met automatische 4WD bijna tot Third Bridge gekomen en zitten nu helemaal vast in het zand. Hoewel het een 4WD is, is deze auto helemaal niet geschikt voor dit gebied. Ze zijn ook helemaal niet voorbereid en hebben niet eens een schop bij zich.
Wij lenen ze onze schoppen maar ze mogen zelf graven. Er is echter geen beweging in te krijgen.
Inmiddels zijn er nog twee Zuid-Afrikaanse stellen gearriveerd die ook meehelpen en advies geven. Maar niets helpt. De Tsjechen worden wanhopig.
Halverwege passeert ook nog een olifant. Na een uur geven we de moed op. De auto heeft zich alleen maar dieper ingegraven. En eruit trekken is geen optie omdat wij dan zelf vast komen zitten.
De Zuid-Afrikanen proberen het nog wel vanaf hun standpunt (schuin er langs) maar we zijn bang dat we de X-trail finaal uit elkaar trekken.
De Zuid-Afrikanen en wij staan op het punt om de Tsjechen alleen te laten met het advies om een safarivoertuig aan te houden. Vroeg of laat moet er een voorbij komen en die zou hen eruit moeten kunnen trekken.
Net als we willen vertrekken komt er een leeg safarivoertuig aan. De bestuurder stapt uit en geeft ook weer graafadviezen. Hij neemt zelf plaats achter het stuur. Wij moeten allemaal duwen en tegelijkertijd de auto omhoog tillen! (We zijn nu met tien mensen.) En dan lukt om de auto achteruit het losse zand uit te krijgen.
De Tsjechen zijn dolgelukkig. Alle aanwezigen besluiten om terug te gaan naar Maun en niet naar Savuti te gaan.

Meteen daarna zien we onderweg twee bat-eared foxes! En even later wordt de weg versperd door twee leeuwen die recht op de auto afkomen.
Het tij is definitief gekeerd in ons voordeel.
Bij South Gate treffen we nog de Zuid-Afrikanen (van Indiase afkomst). Maar de Tsjechen zijn we niet meer gepasseerd. Die moeten dus een andere weg genomen hebben. Als dat maar goed gaat!
Onderweg naar Maun passeren we een hele grote slang. Maar het gaat zo snel. Als we terugrijden springt hij letterlijk een meter de lucht in en is hij verdwenen. Zou het een python geweest zijn?

Het is bijna donker als we Maun binnen rijden, dus we zijn maar nauwelijks op tijd. We gaan maar weer terug naar de Maun Lodge. Het is nu geen weekend meer en dus veel duurder. Daarom nemen we nu een bungalow in plaats van een kamer en dat bevalt ook prima. Ook koken we nu zelf in plaats van dat we in het restaurant eten. We willen deze nacht niet op een camping staan omdat we de gelegenheid willen hebben om de auto opnieuw in te delen nu de reserveband er ook in moet. Bovendien voelt het toch wel terug naar af, hoewel we wel overtuigd zijn van de goede beslissing. Een dak boven het hoofd voelt dan nog een beetje als troost.
We zijn vast de enige die buiten de bungalow koken. We zetten onze tafel met stoelen in de "voortuin". Het heeft wel wat. En binnen in de bungalow hangt de was te drogen. Want we hebben alle Okavango delta troep uit onze kleding gewassen. En al ons briefgeld ligt uitgespreid over alle bedden te drogen omdat we bang zijn dat het anders na droging ťťn grote klont papier wordt die niets meer waard is.

Vervolg: Xwaraga Campsite

Bijbehorende foto's