CANADESE ROCKY MOUNTAINS
17 september t/m 21 september

We besluiten de kortste route naar de Rocky Mountains te nemen. We zijn benieuwd hoe de Canadese Nationale Parken eruit zien en of ze te vergelijken zijn met die van Amerika. Onze eerste bestemming is Jasper waarvan men zegt dat het ruiger is dan Banff. We denken dan ook dat Jasper ons meer zal aanspreken.
Het grote verschil met de Amerikaanse nationale parken is dat in Canada een heel stadje gebouwd is in zo'n park. (Of het park is om het stadje gevormd: kip of ei?) Er wonen dus gewoon mensen en je hebt helemaal niet het idee dat je in een natuurgebied zit. Daar houden wij niet zo erg van.
Bovendien is er geen centraal reserveringssysteem voor de accommodatie. Het is er verschrikkelijk duur en je bent aangewezen op B&B's voor goedkopere accommodatie. Niet dat dit erg is, maar in het toeristenkantoor staan twee telefoons waar je gratis mee kunt bellen. Verder is er geen service. Bovendien is het er erg druk en veel zit dus vol. Het gevolg is dat elke individuele toerist naar al die accommodaties moet bellen en te horen krijgt dat het vol zit. Dus al die B&B's krijgen honderd telefoontjes per dag en de toeristen staan in een file bij die telefoons. Wij staan daar een uur te bellen voor we iets hebben. Nou daar worden we wel chagrijnig van en dat is toch niet de bedoeling van een vakantie. Dit mag wat ons betreft wel anders georganiseerd worden.

Maar na deze vervelende hobbel genomen te hebben kunnen we het stadje weer uit en zitten we in een prachtig natuurgebied. We zien heel veel ongerepte natuur en ook veel wild. We zien zelfs een roedel wolven wat een hele zeldzaamheid is. Ze eten van een karkas in de rivier. Het is te ver om met het blote oog te zien dus komt de verrekijker goed van pas. Maar we hebben dan toch maar wolven gezien.
Verder wemelt het in Jasper van de burlende wapitiherten. Het is een fascinerend schouwspel. Jammer dat er altijd van die domme mensen rondlopen die zonodig moeten proberen om die herten te benaderen.

Na een paar dagen rijden we naar het zuiden naar Banff.
We passeren het Columbia Icefield waar het erg koud en druk is. We maken een kort wandelingetje over een gletsjer, die zonder speciaal materiaal wel erg glad is. Het weer begint nu eindelijk wat op te knappen. We zien zowaar de zon verschijnen en hoeven geen winterjas meer aan. Langzaam rijden we in de richting van Banff.

Banff is echt verschrikkelijk. We vonden het stadje Jasper al druk maar Banff is één groot toeristenoord. Het is er zo druk dat er zelfs verkeerslichten nodig zijn. Dit heeft niets meer met een wildernis-ervaring te maken en we besluiten dan ook om net buiten de grenzen van Banff te logeren en komen terecht in Dead Man's Flats. Dit ligt een kwartier rijden van Banff en is dus goed te doen.

Wat we vooraf al dachten klopt: Jasper past veel beter bij ons dan Banff. Het is grootster, wilder en bovendien komen we in Banff niet één dier tegen. We geven ze geen ongelijk: wij rennen ook hard weg hier.

Daarom besluiten we maar om het naastgelegen Kootenay National Park te bezoeken. We komen binnen vanuit het oosten en wat we daar zien is verschrikkelijk. Het is net een paar dagen heropend na de ergste bosbranden in vijftig jaar. Alles is verbrand. Maar dan ook alles. Tot aan de hoogste toppen van de boomgrens. Het stinkt er zelfs helemaal naar roet.
Een van de hoogtepunten, de Marble Canyon is compleet verwoest en afgesloten. Maar hoe verder we naar het westen rijden hoe mooier het wordt. Het is erg de moeite waard. Ter afsluiting bezoeken we nog enkele van de typische blauwgroene meren zoals Lake Moraine en Lake Louise. Ze zijn wel mooi maar we zijn er aan het eind van de dag en het wordt alweer aardig koud. Bovendien staat de zon net verkeerd om ze goed te kunnen bekijken.

Vervolg: Badlands van Alberta

Bijbehorende foto's