San Jose en Tortuguero

Vlucht van Amsterdam naar San José, 17 september
We ontwaken bij Schiphol en door de geopende balkondeur brengen geluiden van overkomende vliegtuigen ons alvast in vakantiestemming. Dit jaar hebben we besloten om voorafgaande aan de vlucht, te overnachten in het van der Valk hotel bij Schiphol. ’s Morgens brengt een pendel ons naar de luchthaven, de auto blijft achter.
Op deze manier beginnen we heel relaxed aan onze vakantie en dat is zeker voor herhaling vatbaar.
In verband met de aanslagen van vorig jaar moet je tegenwoordig al drie uur voor de vlucht op de luchthaven aanwezig zijn. Of dat helemaal nodig is betwijfelen we, want we zitten nu wel heel ruim in de tijd.

Tijdens de start houden we elkaar bewust aan de praat, zoals ik bij VALK heb geleerd. Bij een wobbel voel ik nog even dat mijn hart een weg naar mijn keel zoekt, maar daar blijft het bij. Ik weet nu dat het vliegtuig alleen zijn stijgingshoek vermindert en dat mijn evenwichtsgevoel mij voor de gek houdt. Deze therapie tegen vliegangst blijkt zijn, toch behoorlijke, prijs meer dan waard te zijn geweest.
Na twaalf jaar vlieg ik eindelijk zonder angst en ik kan het zelf nog nauwelijks geloven. Waar moet ik me nú de hele vlucht druk over maken? Ik maak me nog wel een beetje zorgen over een eventuele onweersbui boven San José maar zoals ik geleerd heb stel ik mij de vraag: “Ben je nu in gevaar?”

Ik ga proberen mijn jetlag voor de gek te houden en slik alvast een slaappil omdat het in Costa Rica nu nacht is, en ik dus moet slapen. Sluimerend breng ik de uren naar Miami door. Het bezorgt me verre van een fris en uitgerust gevoel, maar alle uren die ik in onbewuste toestand heb doorgebracht zijn in ieder geval wel mooi meegenomen.

En dan Miami. Ook bij de landing geniet ik van het uitzicht, in plaats van me levendig voor te stellen hoe ik zodadelijk op gruwelijke wijze om het leven zal komen. Over de invulling van de twee uur wachttijd in Miami hoeven wij ons niet druk te maken. De bureaucratie van de Amerikaanse immigratiedienst zorgt voor een zodanige claim op onze vrije tijd, dat een Amerikaanse passagier uit frustratie roept: “This is worst than Goddamn Russia.”
Alle transit passagiers moeten achter een verbeten dame met bordje aan lopen: “This way please, no, not that way.” Dan moeten we met zijn allen in de rij voor een douane hokje. De paspoorten worden uitgebreid gecheckt en gestempeld, wat eeuwig lijkt te duren. Vervolgens moeten we om het hokje heen lopen en met zijn allen in ganzenpas weer achter de kloeke tante aan, het vliegtuig in.

De zon straalt zijn laatste stralen wanneer San José in zicht komt. We zien een jungle rivier door de bergen lopen en dan niets meer. Regenwolken versperren ons uitzicht.
Uiteraard zijn wij weer als allerlaatste weg bij de bagageband. Hoe krijgen we dat toch steeds voor elkaar? Voor de eerst keer in ons leven worden we opgehaald op een vliegveld. Er staat inderdaad een dame met bordje klaar, die ons naar een busje met chauffeur begeleidt. Deze brengt ons door een inmiddels donker, nat en chaotisch San José naar hotel Britannia. De duur van de rit en het kris-kras-gehalte van de route, maakt dat we blij zijn met deze transfer.

De schoonheid van het hotelpand gaat verloren in onze jetlag. Ons hele lijf schreeuwt dat het al bijna ochtend is, maar de klok vertelt ons iets anders. We besluiten ons lijf uit te dagen en gewoon te gaan dineren. Getver, ze doen hier verse koriander in de spaghetti. Ik had al geen honger en nu kan ik het niet eens eten, omdat ik vijf jaar geleden in Mexico een enorme weerstand tegen verse koriander heb ontwikkeld. Ik kan er echt maar één hap van eten. Ik schaam me dood tegenover de ober. We zijn al de enige gasten en nu vallen we wel érg op.

Om 20.00 uur vallen we in een coma. Gelukkig zijn we net op tijd in bed gaan liggen.
Een uur later schrikken we wakker van de telefoon! Eerst denken we dat we dromen want wie zou ons in hier hemelsnaam bellen? Het blijkt de, uitermate vriendelijke en behulpzame, Tico vertegenwoordiger te zijn van de organisatie waar we onze Tortuguero trip geboekt hebben. Hij vraagt of de airport transfer naar wens was. En of we nog vragen hebben, en dat we hem altijd kunnen bereiken als we met wat dan ook hulp nodig hebben. Hij is uitermate vriendelijk, maar de goede man kan niet weten dat ik hem op dit moment wel achter het behang kan plakken.

Van San José naar Tortuguero, 18 september
Goedemorgen, het is half vijf! Voor zover er gasten zijn, slapen die nog.
Buiten is het donker. Wat nu? Eerst maar eens douchen, maar ja, hoe lang kun je dat rekken?

We hebben nog geen Colonne of Dollar op zak, dus we gaan eens rondlopen om een pinautomaat te zoeken. Inmiddels is de zon ook wakker geworden en verschijnen de eerste mensen op straat op weg naar het werk. Op deze manier wennen we ook al een beetje aan Costa Rica. Het is niet westers maar heeft ook geen uitgesproken andere sfeer.

Na de vele reizen kennen we het onheimelijke gevoel van de eerste dag in een andere cultuur en een ander klimaat, maar het blijft een raar gevoel. (Tja, daarom heet het onheimelijk). Het is steeds weer een merkwaardig idee dat je gisteren nog op Schiphol stond en nu een halve wereld verder bent.

We zullen straks om 7.00 uur worden opgehaald en daarna ontbijt krijgen. Maar ja, bij deze kamer zit ook al ontbijt, dus we besluiten om 06.00 uur toch maar vast hier te gaan eten om de tijd de doden. Het ontbijt bestaat uit toast en jam, en de combinatie van jam en onheimelijkheid valt bij mij nooit goed. Gelukkig bestaan er ook nog kleine kuipjes paté van Unox. Hoe uitermate Hollands…

Voor de eerste drie dagen hebben we, geheel tegen onze gewoonte in, een verzorgde driedaagse tour naar het Tortuguero Nationaal Park geboekt. Tortuguero kan toch alleen maar met een gids bereikt en bezocht worden, dus hebben we deze all-in trip maar vast vooraf, via de reisorganisatie in Nederland geregeld. Op deze manier kunnen we alvast een beetje acclimatiseren, voordat we over drie dagen de huurauto op gaan halen.

We laten de meeste bagage achter bij de balie en wachten op het busje dat stipt op tijd komt voorrijden. Er zitten drie mensen in: een meneer en mevrouw Martinez van rond de 60, uit Spanje en Dino, de gids. Als wij instappen is de groep compleet, er komt niemand meer bij.
Meneer en mevrouw Martinez spreken geen woord Engels en wij geen woord Spaans, dus dat kan nog interessant worden de komende dagen.

Met zijn vijven rijden we op weg naar de Mawamba lodge. Onderweg stoppen we nog bij een restaurant voor een echt goed ontbijt. Interessant: zwarte bonen met gekruide rijst, veel fruit en sappen en uiteraard toast en jam.

Nadat we de bananenplantage Carmen 1 gepasseerd zijn gaat het rijden over in boemelen en na een uurtje arriveren we bij een aanlegsteiger voor lodge-boten.
Alle lodges rond het Tortuguero Nationaal Park hebben hun eigen boot om de gasten te vervoeren. Dragers lopen met de bagage te slepen. Wat een luxe! Maar wij houden het uiteraard angstvallig in de gaten.

Even later varen we met ons groepje over de rivier. We zien wat apen en een otter wegschieten. Na een bocht komt opeens een luiaard in zicht, die zijn naam beslist geen eer aan doet.
Hij zwiert aan lianen boven de rivier. Bij het zien van dit typisch Zuid-Amerikaanse dier verdwijnt ons onheimelijke gevoel in één klap en beseffen we waar we zijn. De rivier krijgt opeens Amazone-allure en het grote genieten begint.

Na anderhalf uur komen we bij de aanlegsteiger van de lodge en een schone jongedame staat ons op te wachten met kokosdrankjes. We krijgen tijd om ons op te frissen en voelen ons steeds decadenter.
Op het eerste gezicht lijkt de kamer niet zo bijzonder maar dat verandert als je er langer vertoeft. De ramen van slaap- en badkamer hebben alleen horren zonder glas. Vanwege het klimaat zijn alle terrassen en wandelpaden overdekt met rieten daken. En bij die enkele plek waar dat niet het geval is, staan houders met paraplu’s. Bovendien kun je als gast rubberlaarzen lenen en zo gaat het maar door.
We hoeven hier niet na te denken, alleen te eten van heerlijke buffetten met de lekkerste fruitdrankjes en achter Dino aan te lopen als het tijd is voor een excursie. Voor een paar dagen bevalt ons dat, onverwacht, uitstekend.

Aan het eind van de middag neemt hij ons mee naar Tortuguero village en wandelen we langs het strand weer terug. We zien uitgegraven schildpadnesten met eieren. Ze hebben een verrassend zachte schaal.
Dan wordt de lucht zo donker als we zelden mochten aanschouwen. Dino rebbelt gewoon door over de zeeschildpadden, maar wij maken ons zorgen over wat komen gaat en wat dat zal doen met onze camera’s.
Gelukkig zijn we net op tijd binnen voordat een enorme onweersbui losbarst.

Na het eten gaan we toch maar even naar bed en worden door Dino gewekt voor onze nachtexcursie naar het strand.
Het is volle maan en dat is niet zo gunstig. Schildpadden doen het graag in het donker. De schildpadgids is een jong meisje uit Tortuguero village. De inwoners worden betrokken bij het schildpadtoerisme en -protectie, om ze inzicht te laten krijgen in het belang van de bescherming van deze zeer bedreigde dieren. Het schijnt goed te werken.
Het meisje vindt het zichtbaar leuk om op zoek te gaan naar eierleggende schildpadden. Ze vindt er een paar voor ons en beschijnt ze met een rode zaklamp. Bij één van deze imposante dames blijven we kijken tot ze terugkeert naar zee. We beleven mooie momenten uit de cirkel van het leven. Tevreden duiken we om middernacht ons eigen nest in, als ware we schildpadeieren, en dromen van de schildpadden die op enkele tientallen meters van onze kamer uit de zee komen kruipen.

Verblijf in Tortuguero, 19 september
Alweer goedemorgen! En alweer vijf uur! De opkomende zon schijnt door de kieren in de luiken en we hebben nog een uurtje voordat onze boot klaar ligt.

We lopen nog even naar het strand en zien veel verse schildpadsporen. Vanwege onze ervaringen van gisteren weten we wat we zien. Een toevallige passant zou zweren dat er tractoren over het strand hebben gereden. We kunnen precies zien welke schildpadden een nest hebben gemaakt, en welke onverrichter zaken terug zijn gegaan naar zee.

Om zes uur ligt ons bootje met stuurman al klaar voor een tocht over de kanalen van Tortuguero. In het ontwakende regenwoud laten de dieren zich het beste zien. Toch valt dat een beetje tegen. We horen meer dan we zien en het dichte gebladerte verbergt veel. We moeten de weidsheid van het Afrikaanse landschap van onze vorige vakantie vergeten, en de meer zeldzame ontmoetingen met de vaak schuwe dieren, in de veel verhullende jungle leren appreciëren. Dino roept alle dierennamen in het Spaans en Engels. Hij lijkt wel een levend Spaans-Engels én Engels-Spaans woordenboek van dierennamen. We zien drie apensoorten, enige hagedissen en verder zoveel verschillende vogels, dat we het echt niet allemaal kunnen onthouden. Dino schiet een spervuur aan onbekende namen af. Misschien dat we via de video nog enigszins kunnen achterhalen wat we nu eigenlijk gezien hebben.

Na het heerlijke ontbijt met vers gebakken omelet, zwarte bonen en rijst, lopen we met zijn tweeën de speciaal aangelegde vlindertuin in. We zien veel mooie vlinders maar missen de knalblauwe morpho. Ook zien we nogal wat hagedissen. Voor het eerst maken we kennis met de verschrikking van muggen in het regenwoud in de regentijd.

Tijdens een maaltijd doet Dino zijn best om een discussie tussen ons en de familie Martinez te tolken over waarom zij wel malariapillen slikken en wij niet.

Om een uur of drie gaan we met een bootje naar een stuk regenwoud waar we een wandeltocht maken. Dino is vooral op zoek naar de toekan, die hij wel hoort maar niet kan vinden. Hij loopt steeds sneller over de smalle paden die hij met behulp van een machete moet verbreden. Wij proberen hem zo goed en zo kwaad als het gaat te volgen en moeten daarbij soms over boomstammen klimmen en onder takken door kruipen.
Mevrouw Martinez loopt op met gouddraad afgewerkte schoentjes, een smetteloos witte broek, glanzend T-shirt, kanten omslagdoek en gouden sieraden door de bush. Als ik make-up gebruikt zou hebben dan was die al lang in mijn schoenen gedropen maar die van haar zit nog keurig op zijn plaats. Hoe speelt ze dat klaar? En toch heeft ze wel wat, deze Spaanse doña en ze is uiterst vriendelijk.

Om het contrast nog groter te maken, zakken Hans en ik allebei tot ons kruis in de blubber, waar mevrouw Martinez zojuist zonder problemen overheen gezweefd is. Bij een poging mij te redden trekt Hans mij bijna uit elkaar waardoor ik even een brulaap imiteer. We mogen nog blij zijn dat de camera’s niet onder onze capriolen geleden hebben.

Maar toch hebben we nog twee rode gifkikkertjes gezien, mét blauwe broekjes. Aan het eind van de wandeling lag er alweer een boot klaar om ons terug naar de lodge te brengen. Het is hier ontzettend goed geregeld allemaal. De boot vaart langs een plek waar zoetwaterschildpadden en kaaimannen zitten. Daar gooit Dino koekjes in het water, waarna ze tevoorschijn komen.
Van het ene op het andere moment begint het te stortregen in ons open bootje, maar ook daarop heeft de Mawamba lodge geanticipeerd. De regencapes met logo worden razendsnel uitgedeeld.

’s Avonds overwegen we nog even om stiekem het strand op te gaan, wat na zonsondergang streng verboden is zonder gids, maar we zijn toch te moe (en te schijterig). Bovendien willen we de schildpadden eigenlijk ook niet verstoren.

Van Tortuguero naar San José, 20 september
Vandaag komt er een einde aan ons verblijf in Tortuguero. Uit alle macht gaan we nog op zoek naar de prachtige makikikkers. Deze worden gekweekt bij het zwembad en dan uitgezet, maar we vinden er geen een. Zelfs niet met de tips uit het infoboekje dat onder de gasten wordt verspreid.

Gisterenavond zat er wel eentje bij de lamp naast de deur. Helaas hadden we toen niet in de gaten dat het een makikikker was. Het leek verdacht veel op een groene boomkikker, maar later leren we dat de prachtige kleuren pas bij bewegingen tevoorschijn komen.

We maken de tocht naar San José in omgekeerde volgorde: eerst de boot en dan de bus. We moeten een stukje omrijden omdat een aardverschuiving een stuk van het asfalt heeft weggespoeld. Nou dat belooft nog wat!

Aan het eind van de middag zijn we weer terug in hotel Britannia. We inspecteren onze achtergebleven bagage en gaan nog even de stad in.
We vragen ons af of we een taxi moeten nemen en wenden ons tot de receptionist. Deze geeft ons vriendelijk een kaartje en zegt dat we beter kunnen lopen. We blijken zowat midden in het centrum te zitten! Daar hebben we dus helemaal niets van gemerkt.

Ten opzichte van andere Centraal-Amerikaanse steden is San José een relatief schone stad. Wel razen er erg veel auto’s, bussen en vrachtwagens voorbij, die grote donkere wolken uitlaatgassen verspreiden. Soms lopen we zelfs met een hand voor de mond.
Er valt hier, voor ons in ieder geval, helemaal niets te beleven. Er is een winkelcentrum met veel winkels waar wij niets te zoeken hebben. De inventaris komt op ons wat oud en oubollig over. De straten zijn op zijn Amerikaans ingedeeld, met streets en avenues. Veel straatnaambordjes ontbreken, dus de halve tijd hebben we geen idee waar we ons bevinden.

Vervolg: de Arenal

Bijbehorende foto's