Via Düsternbrook Guest Farm naar Windhoek

Via Okahandja naar de Düsternbrook Guest Farm, 2 oktober
We hebben vandaag alle tijd om naar de Düsternbrook Guest Farm te rijden. Eerst passeren we Okahandja waar veel prachtig houtsnijwerk te koop is. We hebben de wagen volgeladen maar hoe we dat allemaal per vliegtuig mee moeten nemen weten we nog niet.
Bij alle kraampjes probeert men ons aan te klampen. Bij een ervan vertelt de verkoper dat hij verkouden is en daarom naar het ziekenhuis moet waar hij geen geld voor heeft en blah blah blah. Bij dat soort geklets ben ik snel vertrokken, maar als we er later weer langs moeten klampt hij ons weer aan. We willen zijn beeldje van N$600 echt niet en bieden dus maar het belachelijke bedrag van N$50. Deal! We mogen het hebben en moeten het dus wel kopen.

Als we geld moeten pinnen worden we door een jongen aangesproken. Hij wil graag geld voor brood. Ik moet denken aan de kinderen in Mexico die vroegen om een peso voor een tortilla, maar als je ze dan een tortilla gaf dan wilden ze die niet. Ik geef hem geen geld.
Later in de supermarkt moet ik toch nog steeds aan de jongen denken en we denken aan Kees die vertelde dat er in een Rundu een aantal straatkinderen wonen. Ik kan geen luxe voedsel voor mezelf kopen en verder niets doen dus we kopen een heel brood. We rijden weer terug om de jongen te zoeken en uiteindelijk vinden we hem. Ik geef hem het brood en hij bedankt uitbundig en begint meteen te eten. We voelen ons een klein beetje tevreden, maar het machteloze gevoel over deze armoede overheerst.

We eten bij een benzinepomp en een piepklein jongetje komt vragen of hij op de auto mag passen. Voor een dollar natuurlijk. Hij is zo klein dat je hem omver kunt blazen, maar O.K. Werken voor je geld is beter dan bedelen. Ik heb wat rijstsalade gekocht maar vind het niet lekker. Ik geef die dus maar aan dat jongetje die er wel pap van lust. Hij gaat op een strategische plek zitten zodat hij rustig kan eten, maar toch onze auto kan bewaken.

We hebben een nacht over in ons routeschema en hebben geen zin meer om nog erg veel te doen. Daarom hebben we gisteren een overnachting gereserveerd bij de Düsternbrook Guest Farm. We hebben namelijk nog geen jachtluipaarden gezien en daar hebben ze jachtluipaarden.

In Namibië is het zo dat luipaarden een plaag zijn voor boeren. Als ze eenmaal vee geroofd hebben blijven ze terugkomen. Dus worden er vallen gezet voor de luipaarden, waarna deze worden doodgeschoten.
De eigenaar van de Düsternbrook Guest Farm heeft jaren geleden dan ook op deze wijze zijn eerste luipaard gevangen. Hij wilde dat dier niet doden en heeft in eerste instantie geprobeerd om het dier uit te mogen zetten in Etosha. Dit werd echter niet toegestaan en hij kreeg het ook niet elders ondergebracht. Daarom besloot hij om probleemluipaarden op te gaan vangen.

De dieren worden in enorm grote “kooien” gehouden. De "kooi" van de jachtluipaarden is 25 ha. groot en die van de luipaarden varieert van 4 tot 16 ha. Dat is dus wel wat anders dan een dierentuin. Het is ook niet echt een kooi maar een omheind stuk grond. Hierdoor kan er geen groot wild in komen, maar kunnen de dieren toch nog enigszins hun jachtinstinct volgen op kleiner wild.
Natuurlijk zien we veel liever dieren in het wild, maar deze luipaarden leven in ieder geval nog, terwijl veel anderen worden afgeschoten. Toch blijft het een beetje door ons hoofd spoken of een luipaard liever dood zou zijn of liever de rest van zijn leven binnen een omheinig door zou doorbrengen, alhoewel ze toch wel een heel groot terrein hebben. Ze zijn in ieder geval veel beter af dan de luipaarden in dierentuinen over de wereld.

Rond 14.30 uur komen we bij Düsternbrook aan. De farm is prachtig gelegen op een heuvel boven een rivier waar zowaar nog wat water in zit. De kamers zijn flink groot en comfortabel.

Na aankomst kunnen we snel mee met de “leopard-drive”, waarvoor we eerst een verklaring moeten tekenen dat we niemand aansprakelijk stellen als ons iets overkomt. Er gaan grote bakken rauw vlees mee. Eerst rijden we naar de “kooi” met de jachtluipaarden.
Al snel komen er drie jachtluipaarden op de auto af. Het zijn net huiskatten. Ze spinnen, miauwen en springen tegen de gids op om het eten zo snel mogelijk te krijgen. Het is veel spannender om deze dieren in het wild te zien, maar voor een keer is dit wel leuk en we kunnen geweldige foto’s maken.

Dan gaat het naar de luipaarden. Deze zitten allemaal apart in “kooien”, die bovendien van boven voorzien zijn van schrikdraad. Nu we de kans krijgen om deze roofdieren van zo dichtbij te bekijken zien we duidelijk het verschil tussen een jachtluipaard en een luipaard. Een luipaard is een krachtig roofdier waarbij vergeleken een jachtluipaard een poesje is. Wat een kracht straalt een luipaard uit! De leeuw mag dan de koning der dieren zijn, voor ons is de luipaard de keizer.
Ook de chauffeur verlaat de auto niet in het bijzijn van de luipaarden, hoewel het wel een open jeep is. De luipaard krijgt op twee verschillende plaatsen vlees. Op de eerst plaats wordt het vlees op de takken van een boom gelegd. Daarna rijdt de auto om een heuvel heen, die zich dus ook op het terrein van de luipaard bevindt, en gooit de chauffeur op een andere plek nog vlees richting luipaard.

Daarna gaan we weer terug naar de guest farm, waar straks het avondeten op ons wacht. Ook hier eet de eigenaar met zijn gasten mee. De andere gasten zijn acht Duitsers. De eigenaar is ook Duits, maar dat deed de naam van deze farm al vermoeden. We vertellen ze een paar keer dat wij het Duits spreken al jaren gelden verleerd zijn, maar dat we het nog wel goed verstaan. Ze kunnen dus zonder problemen Duits spreken, als wij maar in het Engels terug mogen praten. Toch doen ze allemaal hun best om Engels te spreken in ons gezelschap, ook tegen elkaar. Stiekem vinden we het wel grappig dat door onze aanwezigheid negen Duitsers, Engels tegen elkaar praten.

Nadat we deze vakantie al struisvogel, springbok en elandantilope gegeten hebben staat er vanavond gemsbok op het menu. En ook dit smaakt uitstekend. Het komt vast ook van de landerijen van deze boerderij.

In de buurt van de kamers is nog een kleinere kooi met een luipaard. Als we naderbij komen geeft zij steeds kopjes tegen het hek, zodat we haar door het gaas heen kunnen aaien.
Maar we wagen onze vingers pas door het gaas als de kop gepasseerd is. Ze begint zelfs te spinnen, hoewel het zo’n diep gebrom is dat het niet op het spinnen van een huiskat lijkt.
Bijna denken we dat het een schattig katje is, maar als we met de videocamera in de buurt komen dan blaast ze bijzonder indrukwekkend, en laat ze er geen misverstand over bestaan dat ze geen katje is om zonder verdovingspistool aan te pakken.

Naar Windhoek, 3 oktober
Vandaag hebben we alle tijd om rustig naar Windhoek te rijden. Als we van de Dürstenbrook Guest Farm rijden zien we twee vrouwen met een paar kinderen bij de rivier. We besluiten om onze overgebleven campingstoelen dan maar aan deze vrouwen te geven. We lopen op de vrouwen af en vragen of ze Engels of Duits spreken. Dat doen ze niet, maar ze kennen wel Afrikaans. Hier staan we dus met twee vrouwen die tegen elkaar een of andere traditionele taal spreken en dan kunnen we gewoon in het Nederlands met hen praten! Wonderlijk.

We leggen uit dat onze vakantie afgelopen is en dat we een aantal spullen bij ons hebben die we niet in het vliegtuig mee kunnen nemen. We vragen of ze de spullen willen hebben. Dat vinden ze prima, maar ze maken er verder geen woorden aan vuil. Waarschijnlijk snappen ze niet helemaal wat we nu precies bedoelen.

Hans loopt op en neer naar de auto om de spullen te halen, terwijl ik een praatje met ze maak. Een van de vrouwen heeft een fuik van kippengaas in de rivier gelegd en ze speurt naar vissen. Als ze een vis ziet dan probeert ze die in de fuik te jagen door hard in het water te plonsen. Ze laat de buit zien: drie schamele visjes. Ze vertelt dat ze door de alge niet goed in het water kan kijken en dat ze bang is dat er slangen in het water zitten.

We blijven nog even kijken en nemen dan afscheid met achterlating van de spullen. Pas dan lijken de vrouwen te beseffen dat we de spullen aan hen geven. We hebben ons nog niet omgedraaid of ze klimmen de oever op. Als we bij de auto zijn kijken we stiekem nog even wat ze doen. Ze bekijken alles, leggen de hoofdkussens in de klapstoeltjes en gaan prinsheerlijk zitten. Als we wegrijden worden we uitbundig uitgezwaaid. We vragen ons af of ze nu direct teruggaan naar hun dorp. Een buit van stoeltjes, emmers, borden, bestek, rijst en ingeblikt vlees is toch wel meer dan drie visjes. We vragen ons af wie er vanavond op onze stoelen zit. Wat jammer dat we dat nooit zullen weten…

Aan het eind van de ochtend arriveren we bij Villa Verdi in Windhoek. Het is een rustig gelegen hotelletje in een mooie tuin. Windhoek zelf blijkt weinig bijzonder te zijn. Wel is het modern en we ontdekken weer een “Mall” die overgaat in een niet overdekt winkelcentrum. Windhoek heeft de grootte van een klein provinciestadje in Nederland.

Ook hier zitten verkopers van houtsnijwerk op de grond, en ook hier kunnen we het niet nalaten om van alles te kopen. We krijgen morgen echt een probleem.

We bezoeken het kleine en wat oubollige Owela Museum, dat echter wel een paar aardige displays heeft over de dieren en traditionele volkeren van Namibië.
Zo lezen we dat een jachtluipaard tijdens de run altijd maar één poot tegelijk op de poot zet en tweemaal vliegt hij door de lucht: als alle poten uitgestrekt zijn en als alle poten onder zijn lichaam zijn getrokken. Deze manier van rennen maakt de jachtluipaard tot het snelste landzoogdier.

’s Avonds willen we naar een bepaald Italiaans restaurant maar dat kunnen we niet vinden. We zien op straat een beveiligingsagente met een paar vrouwen praten en vragen hen naar het restaurant. Een van de vrouwen besluit met ons mee te lopen en vertelt ons dat we nooit zomaar op straat de weg moeten vragen. Dat is volgens haar veel te gevaarlijk. En als er mensen dicht bij komen (ze doet voor hoe dat dan gaat) dan moeten we oppassen, want dan zijn het zakkenrollers. En zeker nu het donker is moeten we bijzonder voorzichtig zijn en echt geen vreemden aanspreken.
Maar de enige mensen die we na zonsondergang in het centrum van Windhoek zien zijn bewakers. We voelen ons dus echt niet onveilig.

En zo zitten we dan eindelijk op een terrasje te eten en is er bijna een einde gekomen aan deze geweldige vakantie. Het is de mooiste reis die we tot nu toe gemaakt hebben en we verwachten niet dat de ervaringen van de afgelopen weken snel overtroffen zullen worden.

Vertrek uit Windhoek, 4 oktober
Om 14.50 uur vertrekt ons vliegtuig naar Johannesburg. We hebben dus ruim de tijd om onze tassen en koffers in te pakken en dat is wel nodig. Het wordt passen en meten maar uiteindelijk kan alles mee.

Gelukkig hebben we inmiddels één harde Samsonite koffer zodat we het meeste houtsnijwerk wat veiliger kunnen verpakken. Op het vliegveld wordt de bagage natuurlijk gewogen bij het inchecken. Het eerste stuk is de Samsonite koffer met het houtsnijwerk en deze weegt alleen al 20 kilo. Ik durf de vrouw achter de balie niet meer aan te kijken om te voorkomen dat ze iets over het gewicht gaat zeggen. Of dat geholpen heeft weet ik niet maar op onze instapkaarten staat dat we 58 kilo aan bagage bij hebben! En dan is daar de 10 kilo handbagage per persoon niet eens bij geteld. Hier komen we wel heel goed weg.

Van verscherpte veiligheidsmaatregelen is hier niets te merken. Onze handbagage wordt nauwelijks bekeken. We hebben nog precies genoeg geld over om een ……. struisvogelei te kopen. De vlucht met Comair verloopt voorspoedig en twee uur later landen we in Johannesburg waar we over moeten stappen op een KLM vlucht.

In Johannesburg is duidelijk wel sprake van verscherpte veiligheidsmaatregelen. Ellenlange wachtrijen voor de controleposten maakt dat duidelijk. Als onze handbagage door de röntgen gaat worden we er uit gepikt. Een uiterst vriendelijke man verontschuldigt zag dat hij ons lastig moet vallen en of we a.u.b. willen vertellen wat er in een bepaalde tas zit. We hebben in eerste instantie geen idee waar het over gaat. We herkennen helemaal niets op de röntgenbeelden die we moeten bekijken. Maar dan begint het te dagen. Het gaat om de Himba sieraden. We hebben voor een paar kilo ijzer in onze handbagage en dat is in deze tijden natuurlijk verdacht.
Dan mogen we door lopen en de man verontschuldigt zich nogmaals. We vertellen hem dat we het geen probleem vinden en dat we blij zijn dat ze zo goed kijken.

Over een uurtje zal een blauwe stalen vogel ons weer naar Nederland brengen, maar we zijn vastbesloten om snel weer eens terug te komen.

Bijbehorende foto's