Kavango regio

Naar het Mahango Park, 29 september
We hebben goed geslapen hoewel het erg warm was. We hebben het raam open gezet maar toen hoorden we tot ´s avonds laat de keiharde muziek van de buren. Het is ons hier al vaker opgevallen hoe belangrijk muziek is. Ook hoor je overal mensen zingen.

Kees heeft echte Nederlands kaas bij het ontbijt. We praten met hem over ons idee dat de rassendiscriminatie hier een stuk minder schijnt te zijn dan in Zuid-Afrika. Maar helaas blijkt hier ook nog veel rassendiscriminatie voor te komen. Zijn kinderen hebben hier ook op school gezeten. Soms vindt men het vreemd als zwarte en blanke kinderen na schooltijd bij elkaar op bezoek komen. Ook komt het voor dat de zwarte hulp in de huishouding uit andere kopjes moet drinken dan die waar de blanken uit drinken en moeten deze in ander afwaswater afgewassen worden. Maar men ziet dat kennelijk niet als discriminatie. (Samen met Kees vragen wij ons af wat het dan wel zou kunnen zijn…)

Gisteren was het Pay Day. Op de laatste vrijdag van de maand wordt het salaris uitbetaald, en volgens ons direct voor de helft weer uitgegeven. Het is vandaag enorm druk in Rundu, wat het wel een uitgelaten atmosfeer geeft. De supermarkten en zeker de slijterij beleven gouden tijden. In de slijterij worden rekeningen betaald van meer dan N$300, wat hier een kapitaal is.

Het is ook markt en we zoeken naar iets leuks dat we mee naar huis kunnen nemen. We kopen een houten bakje en een soort lepel. Het kost samen N$34 en Hans biedt N$25. Dat is meteen goed. We staan even raar te kijken en denken dat we misschien toch teveel betalen, hoewel het samen maar € 3,50 is.

Na ons bezoekje aan de markt gaan we nog naar “Rundu Beach”. Die naam is wellicht wat teveel eer, maar het is een klein strandje aan de Kavango Rivier. Op dit moment zijn er aantal mensen een auto aan het wassen. Ook zien we wat mensen op de tegenoverliggende oever en we vinden het maar een raar idee dat, dat Angola is.

Voor het gebied ten Oosten van Rundu geldt nog steeds een negatief reisadvies, maar we besluiten toch om naar het Mahango park te gaan. Kees heeft internet en we bekijken nog even de laatste informatie. Het calamiteitenfonds handhaaft het negatief reisadvies, maar volgens de site van het ministerie van Buitenlandse Zaken is de hoofdweg naar Bagani, de B8, veilig. Ons gevoel zegt eveneens dat het wel kan en dat is ook belangrijk.

Volgens Kees schijnen de incidenten na een periode van betrekkelijke rust weer toe te nemen. In de ziekenhuizen, waar hij vaak voor zijn werk komt, heeft hij vernomen dat er nieuwe landmijnslachtoffers zijn. Maar onder de geasfalteerde weg kunnen geen landmijnen liggen. Bovendien moeten Kees en zijn collega’s met grote regelmaat over die weg naar de verschillende ziekenhuizen. We krijgen een jerrycan mee omdat de benzine in Bagani soms op is en dan is er geen alternatief.

Even later rijden we dus over die B8 in de richting van Bagani. Deze weg ligt evenwijdig aan de Kavango rivier. Er ligt een vijf kilometer brede strook land tussen deze weg en de rivier en daar is het gevaarlijk. ’s Nachts steken Angolezen de rivier over en leggen landmijnen of verkrachten vrouwen. We gaan dus onder geen enkele voorwaarde deze weg af en we vinden het een vreemd idee dat we in dit gebied rondrijden. Regelmatig dwalen onze ogen en gedachten af naar de noordelijke kant van de weg, en bedenken we wat zich daar af speelt. Het is een vreemd idee dat wij hier veilig kunnen rijden en dat zich binnen vijf kilometer akelige taferelen kunnen afspelen.

Gelukkig is in Bagani de benzine niet op en vullen we de tank. Na het verlaten van de hoofdweg bij Bagani, rijden we zuidelijk en treffen we weer allemaal hutjes aan. Hier woont duidelijk een vissersvolk. We zien veel bootjes van uitgeholde bomenstammen en regelmatig lopen mensen met typische visfuiken rond. Dit zijn een soort piramidevormige manden van riet. We rijden naar de Ngepi camping maar deze heeft een veel te hoog Ibiza gehalte naar onze smaak en we besluiten om te gaan kijken of de lodge betaalbaar is.

De Ndhovu Lodge die overal wordt aangeraden ligt er verlaten bij. Het lijkt wel een spookhotel. Er is helemaal niemand. De accommodatie bestaat uit zeer luxe tenten en we zouden daar zo in kunnen overnachten als we willen. In de lounge gaan we even zitten wachten om te kijken of er iemand komt. We bekijken wat boeken die in de kast staan en bladeren door het gastenboek. De laatste aantekeningen zijn ruim een jaar oud en zijn van bezoekers die, net als wij, de lodge verlaten aantreffen en daarover klagen. Heel erg vreemd!!!

Dan maar naar de Mahangu Lodge, waar we zoveel van de prijs afpingelen dat we het bedrag aanvaardbaar vinden en we boeken voor twee nachten. We krijgen de kamer waar de eigenaar normaal in verblijft en zijn eigendommen worden met spoed uit de kamer gehaald. Het is de enige kamer in het hoofdgebouw, de andere kamers zijn verspreid over bungalowtjes in de tuin, en de deur komt rechtstreeks in het restaurant/receptie/lounge uit. De andere gasten zijn een Zuid-Afrikaans gezin en een Duits stel dat de privé-gasten van de Duitse eigenaar lijkt te zijn. Hij trekt althans dag en nacht met ze op.

De Zuid-afrikaanse familie slaat aan het “braaien”, waardoor wij tijdens het diner met zijn tweetjes aan een enorme tafel moeten zitten. Men stalt het eten voor twee personen uit op een andere tafel als ware het een buffet. Verder is het hier de gewoonte zelf je drankjes achter de bar vandaan te pakken en deze in een schriftje op te schrijven.
Na het eten gaan we nog even decadent op het uitzichtplatform zitten dat aan de rivier grenst. We zien helaas geen nijlpaarden hoewel we ze wel zouden moeten horen, volgens de Zuid-Afrikaanse familie. Wat een leventje. We kunnen ons wel voorstellen waarom zoveel Nederlanders naar Zuid-Afrika emigreren. Het is dat de politieke situatie en de onveiligheid ons tegenhoudt maar anders………

Verblijf bij het Mahango Park, 30 september
Bij het krieken van de dag gaan we naar het Mahango Park. Bij de poort ontmoeten we de nodige bureaucratie. We moeten weer van alles invullen en ondertekenen waaronder kenteken en paspoortnummers. Dit zou voor je eigen veiligheid zijn. Als je niet terugbent aan het eind van de dag dan komt men je zoeken. Maar niemand controleert de auto’s die de parken verlaten, ook hier niet.

Mahango is een prachtig juweeltje, verborgen in deze uithoek van het land, waar maar weinig mensen komen. Het heeft redelijk wat tropische begroeiing en natuurlijk is er de rivier met zijn moerasland. Dat is nog eens iets anders dan het gortdroge Etosha. Het herbergt geen grote kuddes maar wel veel zeldzamere dieren. En we zien flink wat dieren die we deze vakantie nog niet zagen, zoals roanantilopen en sabelantilopen. Maar ook bavianen en een meerkat, een bushbok en natuurlijk waterbuffels, nijlpaarden en krokodillen.

Vanaf de oever bekijken we de nijlpaarden. Ze zijn redelijk dichtbij en maken een heleboel kabaal. Sommige grazen op de tegenoverliggende oever.
Langs de weg zien we een aantal bavianen. Een mannetje en vrouwtje zijn aan het paren. We kunnen ze niet zo goed zien, maar horen ze des te beter!

Ook hebben we het geluk een groep olifanten te zien. Deze zijn hier namelijk alleen op doortocht. We picknicken op de oever bij de nijlpaarden, maar die gaan een eind verderop liggen dutten. Men moedigt hier schijnbaar de bezoekers aan om de auto te verlaten en een wandelsafari te maken. Maar er zitten hier ook roofdieren en er zijn veel bosjes, dus dat doen we maar niet. We verlaten eenmaal de auto om naar sabelantilopen te kijken maar ik word steeds benauwder als we verder van de auto raken. Na twee-, driehonderd meter wil ik echt terug. Hoe zeldzaam die sabelantilopen ook mogen zijn.

Na de middag maken we met een gids van de Mahangu Lodge een boottocht over de rivier. Volgens hem waait het te hard voor de krokodillen. Die zien we dan ook niet zoveel. Het valt ons op hoe bang hij is van de nijlpaarden. Er zit een grote groep en hij is erg voorzichtig. Alle Kavangovissers zijn bang voor ze en mijden ze. Even verderop ligt een nijlpaard alleen. Daar gaat hij echt niet naartoe want dat is zeer waarschijnlijk een vrouwtje met jong en die zijn nog agressiever.
Plotseling duikt er vlak naast de boot een enorme kop van een nijlpaard op. Tjonge, wat zijn die groot, zo dichtbij. Enorm! De gids schrikt zich rot en gaat er als een speer vandoor. Als hij weer wat rustiger is vertelt hij dat er nijlpaarden onder de boot kunnen zitten. Als die boven komen kan de boot omslaan en dan zit je echt goed in de problemen.

We zijn zo ontzettend moe dat we om 21.00 uur gaan slapen. Zo’n twee uur later wordt er aan de deur geklopt. We liggen half in coma dus reageren we niet en het kloppen gaat maar door. We doen de deur open en de eigenaar staat voor de deur omdat hij iets uit de kast, wat een kluis blijkt te zijn, moet hebben. Hij laat ons verbouwereerd achter en we worden steeds bozer.

Om 23.30 uur zijn we zo boos dat we ons beklag gaan doen. Hij probeert zich te verontschuldigen door te zeggen dat hij er niets aan kan dan doen, maar dat andere gasten morgen om 05.00 uur weg willen en dan hun spullen uit de kluis nodig hebben. Dan ontplof ik en van kwaadheid wordt mijn Engels perfect. Ik vertel hem dat ik niets met die andere gasten te maken heb omdat ik van hém een kamer huur. En als hij een kamer verhuurt die ook de kluis bevat, dat hij dan moet accepteren dat hij daar niet meer te allen tijden zonder meer over kan beschikken. Tenslotte zeg ik dat ik niet voor een nacht wil betalen die halverwege onderbroken wordt. De man zegt niet veel meer terug en we duiken weer ons bed in.

Via Rundu naar Otjiwarango, 1 oktober
We besluiten om consequent te zijn en niet te ontbijten. Dat zit immers bij de prijs inbegrepen waarvan ik vannacht gezegd heb dat ik die niet wil betalen. Als we afrekenen blijkt de laatste overnachting er inderdaad vanaf getrokken te zijn. Ik vind het ook wel weer sneu, maar aan de andere kant betreft het hier gewoon een Europeaan die dezelfde normen en waarden heeft dan wij en zou moeten weten dat je niet ’s nachts je gasten kunt wakker maken omdat je iets van hun kamer nodig hebt.

We zijn al vroeg op weg en kopen als ontbijt wat broodjes in Bagani. In Rundu geven we de ongebruikte jerrycan af bij het werk van Kees. Helaas is hij er zelf niet, dus schrijven we een briefje om hem te bedanken.

In dit gebied dragen veel vrouwen spullen op het hoofd, zoals kannen water. Vandaag zien we een Rundu een klein jongetje achter zijn moeder aanlopen. Hij draagt een klein halve liter flesje met water op zijn hoofd en moet dat steeds met zijn handen vasthouden anders valt het eraf. Het ziet er schattig uit.

Tussen Rundu en de cattlefence is het tijd om te eten en we gaan aan een picknicktafel langs de weg zitten. De scholen zijn blijkbaar net uit want er lopen allemaal kinderen in uniform langs de weg. Al snel staan er drie jongens bij onze tafel en we vragen of ze ook wat lusten. We hebben nog drie broodjes over dus dat komt goed uit. Maar op dat moment verschijnen er drie andere kinderen dus snijden we de broodjes door midden. We hebben nog genoeg kaas over en zo zitten we hier met zes wildvreemde kinderen te picknicken. Ook deze kinderen spreken erg goed Engels.

Ze vertellen ons dat ze alleen ’s morgens naar gaan school gaan. Vanmorgen hebben ze, blèh, rekenen gehad en we mogen het schriftje zien. Het is telkens drie kilometer lopen tussen school en huis. ’s Middags moeten ze hun moeder meehelpen vertellen ze. We vragen ze wat voor werk ze dan moeten doen. Koken bijvoorbeeld? Aan hun reactie merken we dat dit kennelijk een rare veronderstelling is. Nee, ze moeten helpen met water dragen natuurlijk! We spreken onze bewondering erover uit dat ze met zo’n zware waterkan op hun hoofd kunnen lopen. “Ja”, zegt een jongetje: “daarom blijven we zo klein.”

We delen ook nog een zak chips mét flippo uit. En geen gevecht om wie de flippo mag hebben. Het zijn keurig opgevoede kinderen.
We voelen ons echt verwende blanke toeristen wanneer we zonder nadenken de laatste plak kaas in de prullenbak willen gooien, en uit zes kelen luid protest klinkt. Zelfs de laatste druppeltjes vruchtensap mogen niet in de prullenbak verdwijnen.

Na het eten willen ze meerijden. Nou voorruit dan maar. Opeens komen er nog meer kinderen aan. Uiteindelijk kruipen er negen kinderen in onze auto. Eentje moet achterblijven omdat die er met geen mogelijkheid meer in past. Op de passagiersstoel zitten drie kinderen en op de achterbank zitten we met zijn zevenen op elkaar. Ik vrees voor onze spullen, maar ze pakken voorzichtig alles wat in de weg ligt op en geven het aan ons.
Ze zeggen dat ze graag muziek willen horen en dus schalt er muziek van REM door de auto. Een jongetje zegt dat hij zo gelukkig is dat hij wel zou kunnen dansen als hij niet zo krap zou zitten. Bij twee naburige dorpjes zetten we de kinderen af en ze bedanken ons wel tien keer.

Later realiseren we ons dat we een helboel van onze kampeerspullen niet meer nodig hebben. Normaal gesproken laten we die altijd in het laatste hotel achter maar nu kunnen we ons wel voor het hoofd slaan dat we ze niet met de kinderen mee gegeven hebben. Als het niet zover zou zijn dan waren we nog teruggereden.
Ten zuiden van de cattlefence wonen de blanken en die hebben zelf al voldoende.

We overnachten in het Hamburgerhof Hotel in Otjiwarango. Het is een ontzettend saai stadje waar werkelijk geen snars te beleven valt. We kopen een krant waarin het verhaal van Kees wordt bevestigd. Afgelopen woensdag zijn er drie vrouwen op een mijn gelopen toen ze op weg waren naar de rivier. Het is zo ontzettend onmenselijk. De rebellen leggen ’s nachts landmijnen tussen de dorpen en de rivier, die zo belangrijk is voor de mensen uit die dorpjes. Die rivier is van levensbelang want het is hun watervoorziening en ze moeten elke dag weer op en neer om water te halen of de was te doen.

Vervolg: Via Düsternbrook Guest Farm naar Windhoek

Bijbehorende foto's