Etosha

Naar het Etosha Park, 25 september
Vanmorgen neemt Tammy persoonlijk afscheid van ons en Uwe laat zich verontschuldigen. We gaan op weg naar Etosha. Vooraf hadden we bedacht dat dit het hoogtepunt zou worden van onze vakantie, maar we hebben al zoveel bijzondere belevenissen achter de rug dat het al lang niet meer stuk kan. Onze accommodatie in Etosha is geregeld. De eerste overnachting zal in het Halali Restcamp zijn, waar we een plaats op de camping hebben gereserveerd omdat alle bungalows vol zijn.

Na het binnenrijden van het park ontmoeten we direct al een olifant, een grote groep zebra’s en giraffen. Wat geweldig, zo in je eigen autootje door de bush rijden langs al die dieren. We moeten ons zelf in de arm knijpen om te geloven dat we niet dromen.

In Halali hebben we onze tent al opgezet als blijkt dat er toch nog een bungalow vrij gekomen is. Na wat wikken en wegen besluiten we om die toch maar te nemen en pakken we de tent weer in. Aan het eind van de middag maken we nog een gamedrive maar, in tegenstelling tot de overweldigende binnenkomst, zien we nu niet zoveel wild. Op een gegeven moment zien we truck staan, met alweer een Nederlandse groep, waarvan een aantal mensen op het dak staan. Zelf kunnen we niet zo hoog komen waardoor we nauwelijks over de bosjes heen kunnen kijken. We kunnen vaag onderscheiden dat zich daar een groep leeuwen tegoed doet aan het karkas van een giraffe. Er is meer te horen dan te zien, want de leeuwen bevechten duidelijk hoorbaar hun plekje bij de giraffe.

Na het avondeten wandelen we naar de verlichte waterplaats. Dit is een soort natuurlijk amfitheater dat zo hoog ligt dat de dieren er niet bij kunnen. Het “theater” dat we daar aanschouwen is geweldig. Op het moment dat we aankomen, staan er drie neushoorns. Een is een solitair mannetje, de andere twee zijn een moeder met jong. Telkens wanneer het mannetje wil drinken wordt hij door het vrouwtje weggejaagd. Terwijl zij hiermee bezig zijn verschijnen er nog een jakhals, hyena’s en dik-dik’s. Opeens komt er een grote olifantenfamilie van zo’n twintig dieren binnengestormd. Beide neushoorns worden door de olifanten verjaagd en de olifanten drinken zoveel dat we het idee hebben dat er bijna geen water meer overblijft. Het geluid van drinkende olifanten is als dat van een rioolbuis die met veel lawaai leeggepompt wordt. En dat gaat maar door. Het wordt later en later maar we blijven zitten tot alle olifanten verdwenen zijn.

In Etosha, 26 september
Als de hekken om 07.00 uur open gaan beginnen we aan onze eerste gamedrive van vandaag. Op weg naar waterplaats Goas passeren we een kudde kudu’s, impala’s, giraffen en springbokken. Bij Goas is zich net een kudde van honderden zebra’s aan het verzamelen. Het blijft maar toestromen, en omdat ze allemaal achter elkaar over hetzelfde smalle wildpaadje lopen duurt het erg lang voor ze allemaal gearriveerd zijn. Ook op de vlaktes lopen de kuddes allemaal over hetzelfde paadje waardoor ze kilometers lange linten vormen. Erg mooi om te zien.

Om 09.00 uur halen we de spullen op in Halali en vertrekken naar Okaukuejo waar we een bungalow hebben geboekt. Rond de middag arriveren we op de plaats van bestemming, wat wel handig is omdat we nu mooi in de bungalow kunnen eten en naar huis kunnen bellen.

Bij de waterplaats staan twee olifanten en wat ander wild, we nemen ons eten en tuinstoeltjes mee en lunchen met uitzicht op het Afrikaanse wild. Geweldig, wat een leventje.

In de namiddag rijden we naar waterplaats Gemsbokvlakte. Daar hebben zich een enorm kuddes zebra’s, gemsbokken, springbokken en struisvogels verzameld. Het is duidelijk paartijd want er wordt flink gevochten door de zebra’s en de gemsbokken, wat grote stofwolken oplevert. Het is een wonder dat ze niet tegen de auto aanrennen.

Gemsbokvlakte doet zijn naam eer aan en even verderop bij olifantsbad is dat ook het geval. Daar komt juist een familie olifanten naderbij en de meesten trakteren zichzelf op een douche met hun slurf.

Als de zon onder begint te gaan wordt het tijd om naar Okaukuejo te gaan, als we nog op tijd binnen de poort willen zijn. Na het eten, klaargemaakt op onze eigen barbecue, gaan we uiteraard ook hier naar de verlichte drinkplaats kijken. En ook hier is het raak met olifanten en neushoorns. En ook hier blijkt dat olifanten en neushoorns elkaar niet mogen. Een van de neushoorns doet toch nog een poging om te drinken maar wordt direct aangevallen door de olifanten en in het water geduwd. De neushoorn gaat eerst midden in het water staan en wordt daarbij begeleid door luid getrompetter. Uiteindelijk besluit hij toch maar om weg te gaan. Het is voor de vele toeschouwers een heel spektakel.

In Etosha, 27 september
Nadat we, zonder resultaat, nog een poging wagen om iets spectaculairs te zien bij de waterplaats van Okaukuejo, vertrekken we naar Namutoni. Dit kamp ligt 150 kilometer naar het oosten aan de andere kant van Etosha.

Aan het eind van de ochtend arriveren we bij waterplaats Homob, dat wat in een kom ligt. We zien honderden kuddedieren die allemaal op de omringende heuvels naar het water staan te kijken. Het kan niet anders of er is een roofdier in de buurt. In eerste instantie zien we niets, maar met de verrekijker ontdekken we in de schaduw onder een boom een mannetjesleeuw. Soms loopt hij rond, duidelijk op zoek naar een maaltijd. We blijven lang wachten in de hoop een jachtpartij te kunnen zien, maar realiseren ons dat het meestal groepen vrouwtjesleeuwen zijn die voor de maaltijd zorgen. En helaas slaat de leeuw niet toe. De kuddes durven geleidelijk aan te gaan drinken, gadegeslagen door de leeuw, maar er gebeurt niets. Uiteindelijk is het veel te heet om te gaan jagen en dus gaan we op weg naar Halali om wat te gaan eten.

We verwachten niets meer te zien dus de verbazing is groot als ik in mijn ooghoeken ineens iets gespikkelds in de berm zie liggen. We denken dat het een jachtluipaard is en draaien de auto. In de berm, tegen de weg aan, blijkt een luipaard te liggen. Onze tweede luipaard van deze vakantie!! Uit enthousiasme gil ik: “Het is een luipaard!” Waarna het luipaard zich uiteraard uit de voeten maakt. Shit! Maar echt hard rent hij niet en dus zien we hem toch nog een minuut lang.

Nadat we nog wat giraffen en olifanten hebben bekeken bij Kalkheuwel bereiken we Namutoni. We brengen de spullen naar onze grote kamer en gaan snel naar de dichtstbijzijnde waterplaatsen voordat de zon onder gaat. Bij Chudob zijn we net op tijd om vier hyena’s te zien arriveren. We hebben perfect zicht maar willen nóg perfecter zicht. Hans kruipt zowat uit het raam en gaat daarbij per ongeluk op de claxon hangen. Weg hyena’s. We schamen ons dood tegenover de andere toeschouwers en rijden maar vlug weg.

Als laatste gaan we naar Groot Okevi. Volgens de gids worden daar regelmatig leeuwen, neushoorns en luipaarden gezien. We wachten er een half uur tot het echt de hoogste tijd wordt om te gaan en zien…….één duif. De waterplaats van Namutoni maakt zijn reputatie waar. Er is nauwelijks teken van leven dus kunnen we eens een avondje lezen.

Via Tsintsabis naar Rundu, 28 september
Vanmorgen besluiten we nogmaals naar Groot Okevi te gaan en dit keer hebben we meer geluk. Véél meer! Er is zojuist een groep van elf leeuwen neergestreken. Er zijn twee volwassen mannetjes bij. Eentje gaat onmiddellijk drinken en verdwijnt dan voorgoed uit beeld. Daarnaast zijn er acht welpjes en één vrouwtje. De welpjes willen met mama spelen maar die maakt met grauwen en knauwen duidelijk dat ze daar geen zin in heeft. Bij papa hebben ze meer geluk en nadat die een tijdje met zijn kinderen heeft gespeeld gaat hij drinken en achter een bosje liggen. Daarna spelen de welpjes met elkaar.

Na een uur moeten we helaas vertrekken want we moeten nog naar Rundu. We rijden nog even langs Chudob en ook daar is het weer druk. Deze keer zien we onder andere een elandantilope en een paar wrattenzwijntjes. We kunnen het niet laten en rijden nog even naar de beide Okevi’s maar de leeuwen zijn verdwenen. We hebben dus veel geluk gehad, op de juiste tijd op de juiste plaats te zijn geweest. Op weg naar de uitgang zien we nog dik-dik’s en een paar vechtende giraffen. Ze slaan keihard met hun koppen tegen elkaar, wat een vreemd gezicht is.

We besluiten om via Tsintsabis naar Rundu te rijden. We maken een stop in Tsintsabis omdat het ons nog steeds niet gelukt is om Kees te bellen. Kees is een vriend van onze (schoon)zus die toevallig in Rundu woont, dus we hadden afgesproken om langs te komen als dat zou lukken. Maar we hebben geen datum afgesproken en we moeten toch laten weten dat we er aan komen. Door haperende telefooncellen en werktijden van Kees wil dat al een paar dagen niet lukken. Een keer neemt er iemand op in zijn huis, maar die spreekt geen Nederlands of Engels en gooit dus maar de hoorn erop. We begrijpen er geen snars van.

En ook in Tsintsabis blijken de telefooncellen het niet te doen, wat niet verwonderlijk is gezien het feit dat er geen kabels aan de telefoonpalen hangen. In Tsintsabis zijn we wel een attractie. Waarschijnlijk komt hier nauwelijks een blanke, want het ligt absoluut buiten alle toeristische routes. We hopen op een praatje en bestellen een cola in de plaatselijk, winkel/bar. We krijgen meteen voorrang en de iedereen staart ons aan. Met onze cola gaan we in de schaduw onder een boom zitten bij een groepje jongeren. Ze spreken perfect Engels. De eerste vraag is: “Zijn jullie verdwaald?” Tja, wie zou hier ook expres naar toe komen? We vertellen dat we uit Etosha komen en via een omweg op weg zijn naar Rundu.

Etosha kennen ze wel, daar zijn ze ook eens op schoolreis geweest, en het doet ons deugt te horen dat de kinderen hier dus ook lekker naar Etosha gaan. Als ze horen dat we uit Nederland komen vragen ze of we Ingeborg kennen, met de toevoeging: “Dat is geen plaatsnaam, zo heet iemand.” We vertellen dat er in Nederland 15 miljoen mensen wonen maar dat levert alleen glazige blikken op. Hoe kan een tiener die opgroeit in dit dunbevolkte land zich ook een voorstelling maken van hoeveel mensen dat wel niet zijn. Maar kennelijk vinden ze het hier al druk, want als we vragen hoeveel mensen er in Tsintsabis wonen is het antwoord: “Veel te veel.” Ze vragen of we hier ook ergens werken. Kennelijk zijn ze meer gewend aan blanken die in Namibië werken dan aan blanke toeristen. Ze vragen of we het Wilhelmus willen zingen. Wij komen niet zo ver maar zij zingen met zijn allen voor ons het Namibische volkslied uit volle borst.

Nadat we uit Tsintsabis vertrekken missen we waarschijnlijk een afslag. We besluiten om binnendoor te rijden. Het is immers maar 30 kilometer. Maar minimaal na elke kilometer staat een hek dat we open en weer dicht moeten doen voordat we verder kunnen rijden. We doen anderhalf uur over deze 30 kilometer en verliezen kostbare tijd. We moeten namelijk voordat het donker wordt in Rundu zijn.

Nadat we het cattlefence passeren, dat Namibië’s blanke en zwarte bevolking scheidt (hoewel het daar officieel niet voor bedoeld is, zegt men) komen we in de Kavango regio. Hier laten we de enorme blanke boerenbedrijven achter ons en zitten we ineens in “donker Afrika”. Het wemelt van de hutjes en er lopen honderden mensen over de weg. Langs de weg spelen kinderen met zelfgemaakte autootjes van ijzerdraad en blikjes. En daar scheuren we dan met 120 kilometer per uur langs. Bizar!

We proberen nog een paar telefooncellen maar geen enkele doet het. Bij het laatste licht rijden we Rundu binnen dus we zijn net op tijd. We hebben geen enkel idee waar Kees woont en vinden het eigenlijk te gek dat we nu nog bellen. Maar we doen het toch maar en eindelijk werkt de telefoon en wordt hij opgenomen door Kees. Hij vindt het leuk dat we er zijn en spreken af bij de Omashare River Lodge om wat te gaan eten. We kunnen eindelijk weer eens lekker eten dus bestellen we er een voorgerecht bij. Maar we zijn niets meer gewend en zitten al vol na de soep.

Gelukkig mogen we logeren bij Kees. Hij heeft een tweede huis naast zijn woonhuis en daar staat nog een bed met klamboe. Gelukkig maar want er zitten heel veel spinnen in allerlei maten. In de tuin zit een bewaker op een wit tuinstoeltje met zijn geweer in de buurt. Dat vinden we wel een raar idee. Je rijdt je poort binnen en daar zit een man met geweer. Je groet hem vluchtig want je kent hem niet en je gaat naar bed. En de hele nacht zit die man in je tuin. Maar hier is dat kennelijk gewoon. Hij wordt betaald door het bisdom waar Kees werkt.

Vervolg: Kavango regio

Bijbehorende foto's