Damaraland en Kaokaland

Op bezoek bij de Damara, 22 september
Vannacht zijn we een keer wakker geworden van een balkende ezel maar verder hebben we prima geslapen in ons tentje. We worden zelfs wakker van de zon die naar binnen probeert te schijnen, dus we hebben uitgeslapen!

Na het ontbijt wordt het eerst hoog tijd om te gaan tanken bij de Twyfelfontein Lodge. De benzinepomp ligt een eindje van de lodge verwijderd, en wanneer we er arriveren is er niemand, dus rijden we wat verder om te kijken of we ergens mensen zien. Het blijkt een soort mini dorpje te zijn waar kennelijk het personeel van de lodge woont. We zien tenminste een garage voor de safarivoertuigen en een wasserij. Ook staat hier het aggregaat dat een enorme herrie maakt, maar dan hebben de lodgegasten daar tenminste geen last van. Als de tank weer vol zit kunnen we op weg, maar niet zonder na te gaan of ze hier toevallig ook een buffet hebben. Dat blijkt het geval, en dus reserveren we vast voor het diner vanavond.

Dan gaan we op weg naar het Anmire Traditional Village, ook onderdeel van de Nacobta. Het is 200 km heen en 200 km terug maar het is hier zo mooi dat rijden een genot is. We stuiten al snel op een tweetal woestijnolifanten. Dit is geen aparte soort olifant, maar lang geleden heeft een groep olifanten zich losgemaakt van de rest, en heeft deze groep zich aangepast aan het leven in de woestijn. Ze kunnen veel langer zonder water dan hun soortgenoten.

Woestijnolifanten komen alleen in dit gebied van Namibië voor en verder nergens anders in de wereld. Bovendien is dit geen beschermd wildpark, dus hier treffen we nog écht wilde olifanten aan. We stappen uit om ze te observeren en foto’s te maken maar betwijfelen of dat wel zo’n goed idee is. Woestijnolifanten schijnen agressiever te zijn dan hun soortgenoten.

Rond de middag arriveren we bij het Anmire Traditional Village, maar we zien niemand. Daarom lopen we zelf maar een beetje rond. Het is een soort openluchtmuseum van allerlei verschillende hutjes. Het herbergt een tentoonstelling over de leefwijze van het Damara volk.

Na een tijdje komt er een vrouw die vertelt dat ze in een dorp op een kilometer van hier woont en dat ze onze auto aan zag komen. Vervolgens is ze hier naartoe gerend. Ze stelt zich voor als Monica en spreekt redelijk Engels. Ze begint de gebruiken en taal van het Damaravolk te demonstreren. Ze spreekt met die typische klik-klanken waarover we wel eens wat in een documentaire hebben gezien. Het is wonderlijk om die taal nu uitgesproken te horen. Uiteraard moeten we het nadoen. Hans kan sommige klanken nog redelijk nadoen, maar ik bak er echt helemaal niets van.

Verder gaat het met de demonstratie van muziekinstrumenten, bouwstijlen, gebruik van medicinale kruiden, rituelen etc. We voelen ons een beetje gegeneerd omdat ze dit allemaal voor ons tweeën moet doen. Aan het eind vraag ik of het Damaravolk momenteel ook nog in dit soort hutjes woont, waarop Monica vraagt of we mee willen naar haar dorp. Even twijfelen we of we dit kunnen vertrouwen, maar dan bedenken we dat iemand die voor de Nacobta werkt, toch geen toeristen kwaad kan doen.

Ze schrijft eerst haar naam en een postbusnummer in Khorixas op een papiertje en we begrijpen er niets van. In de auto vertelt ze ons dat dit de postbus van hun dorp is en dat één keer in de zoveel tijd iemand uit het dorp op en neer rijdt naar Khorixas om de post op te halen.
Het is de bedoeling dat we zo veel mogelijk foto’s van haar kinderen en familie maken en dat we die dan naar dat postadres sturen. Nou, die vrijbrief tot fotograferen nemen we graag aan.
We veronderstellen dat ze dit aan alle toeristen vraagt maar als we in haar huisje één vergeeld fotootje van haar kinderen aan de muur zien hangen, nemen we toch aan dat we ons in een unieke situatie bevinden.

Het dorpje bestaat uit een aantal huisjes c.q. hutjes. Sommige zijn vierkant, andere rond en in het midden bevindt zich een overkapping waar een aantal vrouwen zit te werken, waaronder de oude moeder van Monica, van wie we ook foto’s moeten maken. Ook bevindt zich hier kennelijk de centrale kookplaats, want we zien een vuurplaats en nogal wat potten en pannen.

Het huisje van Monica bestaat uit één ruimte met lemen muren en een dak van golfplaten. Er zijn geen ramen. Er zit alleen een opening in als ingang en daar hangt een gordijn voor als deur. Een ander blauw gordijn verdeelt de ruimte in twee delen. Achter het gordijn bevindt zich een tweepersoons bed. We vragen naar de slaapplaats van haar kinderen, maar die blijken bij hun oma te wonen. Verder staan er twee tafeltjes in het huisje met blauwe kleedjes en allemaal blauwe plastic bakjes. Aan de muur hangen behalve het vergeelde fotootje, een paar blauwe gebreide babytruitjes. Ze houdt van blauw, zegt Monica. Met de zeer beperkte middelen heeft ze het huisje toch heel netjes ingericht, en door alles blauw te houden doet ze zelfs iets aan binnenhuisarchitectuur. Konden we later maar eens terug komen om te kijken of onze foto’s straks ook aan de muur hangen.

Ondernemingsgeest heeft ze ook want na het fotograferen moeten we mee naar de plaatselijke winkel, die nauwelijks die naam mag dragen. Het dient tevens als café en we nemen ieder een cola en bieden haar er ook één aan die ze zonder te bedanken in ontvangst neemt. Tijdens het hele bezoek vertoont Monica trouwens geen spoortje van valse, maar ook niet van gemeende, bescheidenheid. Bovendien hebben we het idee dat ze een veel te hoge intreeprijs voor het Anmire Traditional Village heeft gevraagd. Het is in ieder geval het dubbele van wat in het gidsje van de Nacobta staat.

Bij het café zit een groepje mensen buiten te eten. In de schaduw zitten twee kinderen op de grond die met hun handen onduidelijke witte pap uit een pannetje zitten te eten. We filmen de kinderen en laten ze daarna de video zien op het schermpje.
We hebben het idee dat het jongetje helemaal niet begrijpt dat hij zichzelf ziet. Het meisje lijkt iets beter in de gaten te hebben dat zij zelf te zien zijn op dat schermpje. We realiseren ons op dat moment dat deze kinderen misschien wel nooit bewegende beelden hebben gezien, laat staan van zichzelf.

Op de weg terug naar de Aba-Huab camping zien we weer twee woestijnolifanten. We hebben her en der gelezen en gehoord dat woestijnolifanten heel zeldzaam zijn en dat je ze in principe alleen met een goede gids op kan sporen. Als dat waar is dan hebben we wel veel geluk want wij struikelen er bijna over.
De olifanten die we nu zien lopen in de rivierbedding. Ze zijn op weg naar een drinkplaats en we volgen ze een poosje. Ze slurpen een ongelofelijk aantal liters water naar binnen, wat we heel luid en duidelijk kunnen horen. Er lijkt geen eind aan te komen, maar uiteindelijk sjokken ze weer vreedzaam verder, waarbij wij ze zolang mogelijk volgen. Als de zon onder begint te gaan, arriveren we bij de camping en gaan voor ons tentje zitten om deze bijzondere dag op ons in te laten werken.

Dan komt zowaar de vijfde woestijnolifant van vandaag langs. Hij wandelt rustig over de andere oever aan ons voorbij. Als het donker geworden is rijden we naar de Twyfelfontein Lodge en praten tijdens het eten nog lang na over wat we vandaag allemaal beleefd hebben.

Naar Opuwo, 23 september
Omdat gisteren de weg naar het Anmire Traditional Village zo goed bleek te zijn, nemen we het besluit om toch maar naar Opuwo te gaan. We willen heel graag naar de Himba maar hadden er niet op gerekend dat het mogelijk zou zijn. Ook al hebben we niet veel tijd en is het ver rijden, we willen het niet missen, dus zetten we alles op alles om naar Opuwo te rijden.

Toch willen we eerst nog de rotstekeningen bij Twyfelfontein zien. We zijn er erg vroeg maar treffen toch al een klein groepje Britse jongelui aan. Maar geen gidsen. Het is verboden om zonder gids rond te wandelen, maar wat doen we nu er geen gids is?
Zowel de Britten als wij nemen ongeveer gelijktijdig het besluit zelf maar aan de wandel te gaan. We nemen ieder een andere route en de Britten komen al snel de gidsen tegen die beginnen te arriveren. Maar wij willen nu eigenlijk geen gids meer omdat we nogal krap in de tijd zitten vandaag. We lopen een klein rondje waarbij we toch flink wat tekeningen zien. Met gids hadden we waarschijnlijk veel meer uit ons bezoekje kunnen halen, maar we vinden het zo ook goed.

We rijden 500 kilometer naar Opuwo waar we aan het eind van de dag aankomen. We voelen ons er direct helemaal thuis en daar verbazen we ons over. We realiseren ons dat we de laatste jaren, door het reizen naar al die andere culturen een heleboel angst voor het onbekende verloren hebben. In 1990 in Kenia zouden we ons bedreigd hebben gevoeld in een stad als Opuwo terwijl we hier nu juist het tegenovergestelde gevoel hebben.

Opuwa is de hoofdstad van het Himba volk en hier verzamelen veel Himba, maar ook andere bevolkingsgroepen zich om hun waren te verkopen en inkopen te doen.

We kijken onze ogen uit naar alle kleurrijke, geklede en bijna ontklede mensen die hier allemaal door elkaar krioelen. Ons belangrijkste doel is weer onderdeel van de Nacobta: het Kaoko Information Centre. Hier regelen we een gids die ons morgen om 09.00 uur naar een Himba dorp zal brengen. Ook regelen zij voor ons voor één nacht een bungalow in het Kunene Village Rest Camp.

Gelukkig is er nog een gids aanwezig die toch die kant uit moet want anders hadden we het nooit ofte nimmer gevonden.We moeten via allerlei wegen, die we soms niet eens als weg herkennen, kriskras door het stadje en komen dan ergens achter in een soort doodlopende vallei uit. Hier komen we alweer dezelfde Nederlandse groep tegen die we ook al op de Aba-Huab camping zagen. Nou krijgen we daar toch echt genoeg van. Ongewild schijnen wij hen te achtervolgen.

De vrouw die bij dit Rest Camp werkt is bijzonder ongeïnteresseerd. Ze heeft er echt geen zin in om ons een bungalow te verhuren en vraagt steeds of we geen tent bij hebben. We zeggen met een stalen gezicht dat dit niet het geval is, zeker omdat het hele campinggedeelte al bezet is door de Nederlandse groep. De bungalows staan aan de andere kant van het terrein. Dan blijkt waarom zij ons niet in een bungalow wil hebben. Het water in de bungalow doet het niet en dat betekent dat zij ons water moet brengen in emmers. Als wij zeggen dat we zelf wel voor ons water zorgen, vindt ze het meteen prima dat we de bungalow nemen.

Maar als we daar aan komen krijgen we zelf grote twijfels of we wel de goede keus hebben gemaakt. Binnen stikt het van de muggen en ander ongedierte. Er is maar één klamboe en bovendien is die kapot. We krijgen de kriebels bij het idee hier te moeten slapen. Er zit niets anders op dan de kamer te gaan verbouwen. We stapelen alle meubels boven op elkaar, waardoor er net genoeg ruimte ontstaat om de tent binnen in de bungalow op te zetten. Zonder haringen te kunnen gebruiken staat hij wat slapjes maar we kunnen tenminste met een gerust gevoel gaan slapen.

Bezoek aan de Himba en naar de Kavita Lion Lodge, 24 september
Om 09.00 uur staan we weer voor het gebouw van het Kaoko Information Centre in Opuwo. Dit centrum heeft tot doel verantwoord toerisme naar de Himba te bevorderen. De plaatselijke bevolking profiteert rechtstreeks van de inkomsten uit toerisme. We treffen KayKay die deze ochtend onze gids zal zijn.

Eerst moeten we in de plaatselijke groothandel inkopen doen. KayKay zorgt voor het boodschappenlijstje, wij zorgen voor de betaling. We kopen een paar enorme zakken maïsmeel, een paar zakken suiker, een paar pakken koffie en wat snuiftabak. Voor de kinderen nemen we nog een flinke zak vanillekoekjes mee en dan kunnen we op weg. KayKay neemt plaats op de passagiersstoel van onze auto en wijst de weg. Onderweg vertelt hij over zijn werkwijze.

Hij is zelf Himba en komt ook uit dit gebied. Omdat wij met zijn tweeën zijn neemt hij ons mee naar een klein dorpje. Als hij grotere groepen moet begeleiden dan gaat hij naar een groter dorp om te voorkomen dat de toeristen het hele dorpje overspoelen. Hij gaat eerst zelf naar een dorpje om met de dorpsoudste te praten over toerisme en om te vragen of hij later terug mag komen met een groep toeristen. Vervolgens probeert hij zijn bezoeken zo goed mogelijk te verdelen, om alle dorpen evenveel van het toerisme te laten profiteren.

KayKay komt zelf uit een dorpje dat zo’n 60 kilometer van Opuwo vandaan ligt. Twee keer per jaar gaat hij terug om zijn ouders te bezoeken. Hij had eens echt stadsvoedsel meegenomen: ingeblikte vis. Toen het hele dorp daarvan gegeten had, bleek dat hun maag niet gewend is om dergelijk voedsel te verwerken, en moest het hele dorp naar de dokter.

Bij aankomst in het Himbadorpje zijn daar alleen vrouwen en kinderen. De mannen zijn weg om het vee te hoeden of hebben andere bezigheden. We begroeten de vrouwen met “Morro”, zoals we zojuist van KayKay geleerd hebben. Een paar vrouwen zijn bezig met het melken van de koeien. De melk wordt opgevangen in uitgeholde kalebassen. Deze worden dan voortdurend geschud om deze te karnen (als we het goed begrepen hebben tenminste).

Deze werkzaamheden gebeuren allemaal onder het centrale afdak. Hier zijn ook een aantal vrouwen bezig met maïs vermalen met behulp van een paar stenen. Maïsmeel en melk zijn de belangrijkste voedingsmiddelen van de Himba, dus de zakken maïsmeel, die we nog in de auto hebben liggen komen goed van pas. Dat scheelt weer malen. Uiteraard moet ik proberen om de maïs te malen, maar het is niet zo simpel als het lijkt, en er wordt hard om mijn pogingen gelachen.

Op dezelfde wijze wordt rode oker vermaalt. Dit wordt vermengd met vet of andere vloeistof waardoor een rode klei ontstaat en daar smeren ze alles mee in: de huid, haren, kleding, sieraden en huisraad. Behalve voor de sier biedt het ook bescherming tegen de zon en tegen insecten.

Onder het afdak is het zo donker dat ik mijn flitser moet gebruiken om foto's te maken. Een peutertje vindt die plotselinge lichtflitsen zo prachtig dat hij de rest van ons bezoekje niet meer bij mij vandaan gaat. Waar ik ook ga of sta, ik heb steeds een klein bloot jongetje aan mijn zijde.

Even verderop in het dorp staan een paar lemen silo’s op poten om het maïsmeel in te bewaren. Daarnaast staat een piepklein hutje, waar ’s nachts een echtpaar slaapt. Wij vragen ons af of hier wel twee mensen languit in kunnen liggen, maar kennelijk kan dat. In tegenstelling tot het Damaradorp zijn deze hutten niet gemeubileerd. Er staat helemaal niets in. Ze zijn enkel bedoeld als beschutting voor de nacht. Wel zijn in aantal hutten hoofdsteunen aanwezig. Het is verbluffend dat ze exact dezelfde vorm hebben als de hoofdsteunen uit het oude Egypte.

KayKay wijst ons op de belangrijkste hut van het dorp en vertelt daar een aantal interessante verhalen over. Voor deze hut ligt de vooroudervuurplaats. Dit is de belangrijkste plek in het dorp. Niemand mag tussen de hut en de vooroudervuurplaats doorlopen, dus doen wij dat ook maar niet. Wanneer iemand sterft dan wordt het lichaam eerst in die hut opgebaard. In die hut mag gehuild worden, daar buiten niet. Daarna wordt het lichaam naast de vooroudervuurplaats gezet en wordt de naam van de overledene genoemd. Dan volgt de begrafenis en na een paar weken is de overledene opgenomen bij de voorouders en kan hij of zij zelf als voorouder vereerd worden.

Wanneer een vrouw een doodgeboren kindje krijgt dan wordt dat kindje eerst begraven in de hut. Een lichaam moet namelijk binnen 24 uur begraven worden anders gaat het stinken. De moeder moet dan twee weken bij haar begraven kind in de hut blijven. De dorpsbewoners zorgen er voor dat de moeder eten en drinken krijgt want zelf mag zij de hut niet verlaten. Als er twee weken voorbij zijn wordt de baby opgegraven, naast het vooroudervuur gezet, de naam wordt genoemd en de baby wordt definitief begraven.

Het is bij de Himba gebruikelijk om meerdere vrouwen te hebben. Iedere man heeft één hoofdvrouw, die door de ouders van de man wordt uitgezocht. De vrouwen die je daarna neemt, mag je als man zelf uitkiezen. KayKay’s ouders hebben voor hem ook al een vrouw uitgezocht. Ze is nu elf jaar oud, dus over een jaar of vier kan hij gaan trouwen, vertelt hij.
Het is de bedoeling dat de man overdag zijn tijd doorbrengt met zijn hoofdvrouw. Waar hij de nacht doorbrengt is kennelijk van minder belang. Wel is het belangrijk om in de gaten te houden dat de nachten en materiele zaken eerlijk verdeeld worden onder alle vrouwen, waarbij de hoofdvrouw iets meer dient te krijgen dan de andere vrouwen. Dit is om te voorkomen dat de vrouwen jaloers worden en met elkaar gaan ruziën.

Inmiddels heeft het hele dorp zich verzameld rond het gemeenschappelijke afdak. Ook lijken er mensen uit de omringende dorpen zich verzameld te hebben. Iedereen heeft iets meegenomen om aan ons te verkopen en alles wordt in een grote kring uitgestald.
Ik wil in ieder geval een paar sieraden hebben en deze blijken van lood te zijn, of iets wat daar op lijkt. Ze zijn letterlijk loodzwaar. Ik realiseer me nu waar die vrouwen mee rond lopen. Ze hebben weinig kleding aan, maar wat ze aanhebben weegt vele malen zwaarder dan onze westerse kleding.

Daarna geeft KayKay aan dat het tijd wordt om onze boodschappen uit de auto te gaan halen. Deze worden allemaal bij elkaar gezet. ’s Avonds zal de dorpsoudste deze verdelen. In een mum van tijd heeft iedereen een potje, pannetje, blikje of bakje gehaald en staan er tientallen om onze boodschappen heen. Verder blijft iedereen netjes van de spullen af. Het is een bijna ontroerend gezicht en het is jammer dat ik al mijn fotorolletjes inmiddels opgeknipt heb.

We nemen afscheid en op de terugweg praten we nog even na met KayKay. Kennelijk heerst hier nog steeds een stammenstrijd. De Himba en Herero zijn van oorsprong hetzelfde volk en spreken elkanders taal. Maar wanneer een Owambo deze streek betreedt dient hij wel de taal van de Himba te spreken. Doet hij dat niet dan wordt hij vermoord. KayKay vertelt dit alsof het de normaalste zaak van de wereld is. We kunnen het niet geloven, maar het leven is in deze streek zo compleet verschillend van dat van ons, dat in principe alles mogelijk is. Ik bedenk me dat dit waarschijnlijk de mooiste verjaardag van mijn leven is. In ieder geval tot nu toe. Wat een bijzondere manier om 35 jaar oud te worden. Het is inmiddels middag geworden en we gaan op weg naar de Kavita Lion Lodge. Vanwege mijn verjaardag willen we lekker luxe overnachten. De kamer is zo groot dat we er wel tien tenten in kunnen zetten, maar gelukkig is dat niet nodig.

Zoals veel lodges in Namibië heeft het niet veel kamers. De service is heel gastvrij en persoonlijk. We hebben het gevoel bij vrienden uitgenodigd zijn in plaats van in een hotel te zitten. (Maar als onze vrienden zulke prijzen voor hun gastvrijheid zouden vragen, dan waren het onze vrienden niet meer.) We worden persoonlijk verwelkomd door de eigenaars Uwe en Tammy.
Voor het diner maken we nog een gamedrive. Helaas zien we niet erg veel wild. Maar na alle indrukken bij de Himba is het lekker om eens lamlendig achter op een safari-jeep door het Afrikaanse landschap gereden te worden, met een avondzonnetje dat ons zoetjes verwarmd.

Drie jaar geleden zijn Uwe en Tammy gestopt met de boerderij, omdat het in Namibië zwaar is om van een boerenbedrijf te leven. Ze besloten toen om helemaal over te gaan op het onderbrengen van toeristen. Omdat de begroeiing hier zo schaars is, hanteert men de vuistregel dat er 20 hectaren nodig zijn om één koe te houden. Dat lijkt ons wel heel erg veel, maar wij hebben dan ook geen verstand van het boerenbedrijf, en zeker niet in Namibië. Maar nu het toerisme enigszins in elkaar is geklapt twijfelen ze of ze toch niet weer voor de helft zullen gaan “boeren”.

De lodge die ze hebben is in ieder geval geweldig. De kamers zijn enorm groot en verschrikkelijk luxe, hoewel de badkamer tijdens het douchen in een zwembad verandert. Tammy heeft gehoord dat ik jarig ben, dus bij het diner vind ik verse bloemen naast mijn bord. Het restaurant heeft geen muren maar alleen een groot rieten dak.
Van tijd tot tijd gaat Uwe op zijn eigen land jagen en vandaag eten we elandantilope van de barbecue. Uwe en Tammy schuiven bij de gasten aan tafel.

Vervolg: Etosha

Bijbehorende foto's