De kust

Naar Walvisbay, 19 september
Vandaag gaan we kennis maken met de kust van Namibië. Het is 300 kilometer naar Walvis Bay maar toch doen we er vijf uur over.
In Namibië wordt nergens aangegeven (tenminste niet langs de gravelwegen) hoever het nog is naar de volgende plaats. Hierdoor heb je geen houvast en mede door het saaie landschap lijkt het allemaal nog langer te duren. We rijden over eindeloze grindwegen en doen niets dan zandhappen. Er is weinig verkeer maar als je de pech hebt dat er een auto voor je rijdt, dan rijdt je voortdurend in de stofwolk die hij achterlaat.

We zien de oceaan al van heel ver liggen. Het lijkt net een fata morgana en in feite is het ook zoiets. We zijn namelijk nog veel te ver om echt de zee te zien, maar de lucht heeft een andere zweem waardoor het lijkt alsof je water ziet.

Na aankomst in Walvis Bay blijken alle hotels vol te zitten. Er schijnt een visconferentie of iets dergelijks te zijn. Na een aantal keer bot te hebben gevangen begeven we ons maar eens naar het toeristenkantoor. Vorige week in Clanwilliam werden we daar goed geholpen, toen we hetzelfde probleem hadden. En een tentje opzetten kan altijd nog.

In het toeristenkantoor van Walvis Bay treffen we Magnus, een jonge Noor. De medewerkster is lunchen. Hij probeert ons enthousiast te helpen maar moet al snel toegeven dat hij er eigenlijk niets van weet. Hij raadt ons aan om eerst wat te gaan eten en later terug te komen. We praten nog wat verder en hij vertelt dat hij een pizzeria aan het openen is die Harry Peppar heet.
Hij is via omzwervingen en een studie in Amerika, in Namibië terechtgekomen en vindt het hier zo leuk dat hij na een vakantie is blijven hangen. Hij gaat proberen een bestaan op te bouwen. Zijn droom is dat er een Harry Peppar keten in Namibië en Zuid-Afrika gaat komen.

Op zijn advies nemen we plaats op het terras aan de overkant, maar als de serveerster na een half uur wachten nog steeds niet bij ons tafeltje is gestopt, gaan we maar eens naar de supermarkt.
We stappen de Pick ‘n’ Pay binnen en slaan stijl achterover. Wat een luxe……de Albert Heyn is er niets bij. Dit is echt een van de weinige ontwikkelde stadjes in Namibië. We nemen het er van. We kopen heerlijke salades bij een saladebar, hagelverse broodjes, kaas en de lekkerste vruchtensappen die we kennen: Nammilk.

Op straat gaan we op bankje zitten picknicken, heerlijk. We hebben wat bekijks, maar goed.. Vanaf ons bankje kunnen we zien dat de medewerkster van het toeristenbureau haar lunch erop heeft zitten, dus lopen we weer naar binnen.

Eerst laten we haar voor ons de accommodatie in het Etosha National Park boeken. We moeten wat schipperen met de planning maar dat is geen probleem. Daarna verwijst ze ons naar Lagoon Chalets. Dat is een soort bungalowparkje, waar we een huisje hebben met keuken, eetkamer, badkamer en slaapkamers. We hebben dus een keuken ter beschikking en een goede supermarkt in de buurt, dus vanavond gaan we kokkerellen.

Maar eerst gaan we naar de baai om flamingo’s te kijken. We verwachten er niet veel van, maar we treffen grote groepen watervogels aan waaronder twee soorten flamingo’s. De grote witte en de kleinere roze. De woestijn en de zee ontmoeten elkaar hier, wat erg vreemd is omdat je nu dus watervogels aantreft in de woestijn. Tegen zonsondergang rijden we nog naar een aantal meertjes in de buurt waar we een groep witte pelikanen zien.

Rondom Walvisbay, 20 september
Omdat we weer even in de bewoonde wereld terecht zijn gekomen besteden we de ochtend aan de nodige huishoudelijke bezigheden, zoals de kleding naar de wasserij brengen, een internetcafé opzoeken en natuurlijk boodschappen doen.

Als dat allemaal gebeurd is gaan we onze permit kopen voor de Welwitschia drive. Het heet een scenic drive maar dat scenic hebben we niet kunnen ontdekken. We dachten dat we al heel wat uitgestrekte leegte hadden gezien, maar dit gedeelte van de Namib woestijn slaat echt alles. Het landschap is compleet vlak tot aan de horizon. Er groeit niets, maar dan ook echt helemaal niets. De aarde is van het saaiste grijs dat maar voorstelbaar is. Ongelofelijk dat we naar verhouding zo dicht bij het prachtige Sossusvlei zitten en dat beide landschappen deel uitmaken van dezelfde Namib woestijn.

Maar het gaat hier natuurlijk om de Welwitschia's, heel erg zeldzame planten. Het is familie van de den maar dat zien we er niet aan af. Het lijkt meer op halfdode bladeren die op de grond liggen.
De allergrootste is meer dan 1500 jaar oud, anderhalve meter hoog en meer dan drie meter in doorsnede. Dat maakt dit exemplaar tot een van de meest zeldzame planten ter wereld, wat toch wel bijzonder is. Daarom staat er ook een hekje van kippengaas omheen, voorzien van heuse uitkijktoren om over dat hekje te kunnen kijken.

Na de Welwitschia drive rijden we richting Swakopmund. Als we weer in de buurt van de kust komen zien we een hele rare brede platte wolk ontwikkelen boven de oceaan. Hij rolt zich in rap tempo de woestijn in en een mum van tijd zitten we in de mist. Heel bizar, het lijkt wel science fiction. In onze reisgids hadden we al wel wat gelezen over de kenmerkende mist van de Skeleton Coast.

Tussen Walvis Bay en Swakopmund zien we beide pelikaansoorten door de woestijn vliegen. Ze zijn uiteraard op weg naar de oceaan maar het is een vreemd gezicht.

In Swakopmund bezoeken we Peter’s Antiques, een curiosa winkel. Het is opvallend hoeveel nazi-prullaria uit de tweede wereldoorlog hier te koop is, zoals SS-spullen en van alles met het hakenkruis erop.

Het kokkerellen leverde gisteren niet echt het beoogde resultaat dus vanavond gaan we maar eens een pizza halen bij Harry Peppar. Magnus herkent ons onmiddellijk en komt direct een praatje maken. Ze zijn nog bezig om het restaurantje in te richten maar de afhaalkeuken is al open. Het ziet er heel mooi uit en beloofd in ieder geval heel gezellig te worden. We hopen voor hem, dat het hem lukt en zullen hem later via internet proberen te volgen. Waar hij zijn informatie vandaan haalt weten we niet, maar hij kent alle recente schaatsuitslagen en houdt nog steeds alle rondjes van de tien kilometer bij.

We nemen de pizza mee naar ons Lagoon Chalet. De samenstelling is lekker en verrassend maar er zit helemaal geen zout in en dat is niet te eten. We moeten zelfs bij het buurhuisje aankloppen om zout te vragen, zo onsmakelijk is een zouteloze pizza. Als we Magnus nog eens zien dan moeten we hem toch maar vertellen dat hij beter zout in zijn pizza’s kan doen.

Via de Skeleton Coast naar Damaraland, 21 september
We gaan vroeg op weg voor een heel lange route langs de Skeleton Coast. We willen naar Damaraland en weten nog niet goed waar we zullen gaan overnachten. We bekijken wel hoe ver we komen, maar echt veel overnachtingsplaatsen zullen we niet tegen komen.

Om te beginnen rijden we naar Cape Cross. Dit is een reservaat voor Zuid-Afrikaanse pelsrobben en afhankelijk van het seizoen zitten hier tussen de 80.000 en 250.000 robben. We treffen er dus minimaal 80.000 aan. We zullen ze niet gaan tellen maar het zijn er een heleboel. Volgens de reisgidsen komen in oktober de mannetjes terug naar Cape Cross en worden aan het eind van het jaar de jongen geboren, maar we zien nu al een heleboel pasgeboren pelsrobben. Helaas is 90% al dood. De meesten waarschijnlijk geplet onder het gewicht van de kolossale volwassen lijven.

Men waarschuwt zelfs voor het schokkende beeld van stervende jongen in december. Als je ziet hoe onhandig de volwassen dieren zich op het land bewegen dan kunnen we ons goed voorstellen dat ze jonge dieren platwalsen. Gelukkig zien wij geen enkel pelsrobjong sterven. We zien wel een zeemeeuw op een, duidelijk maar één dag oud, jong afkomen. Zo te zien heeft hij zin in de placenta. De moeder doet geslaagde pogingen om de meeuw weg te jagen.

De Skeleton Coast is bekend om zijn vele scheepswrakken. Helaas liggen de mooiste wrakken in het niet toegankelijke deel van de Skeleton Coast. Maar ook hier en daar treffen we bordjes aan die wijzen op de aanwezigheid van een wrak. Bij één van de bordjes slaan we af richting oceaan. Het pad wordt steeds moeilijker begaanbaar en als een andere auto ons tegemoet komt manen die ons om niet verder te gaan, omdat zij verderop vastgezeten hebben. Wij zijn zo eigenwijs dat toch te doen en het gaat heel goed, tot wij ook vast komen zitten. Helaas bestaat dit wrak uit nog maar één stuk roest. Dus het is ook nog niet eens de moeite waard.

We zien een aantal vissers met 4WD auto’s en vragen hen om hulp. Ze doen dat wel maar steken niet onder stoelen of banken dat ze het belachelijk vinden dat we door Namibië rijden in een twee-wiel-aangedreven auto. In dit geval hebben ze natuurlijk wel gelijk, maar voor de rest vinden we dat toch wel wat overdreven.

Ook hier is het landschap ongelofelijk leeg en vlak, en er lijkt geen einde aan te komen. De meeste groepsreizen keren na Cape Cross om en rijden dan via een andere route naar Damaraland. Achteraf was dat een beter idee geweest, maar dan hadden we ons waarschijnlijk afgevraagd wat we gemist hadden aan de Skeleton Coast. Nou dat weten we nu: niets! Eindelijk kunnen we weer landinwaarts rijden richting Damaraland. Het landschap wordt nu bijna per kilometer mooier. Het is prachtig mooi rood en heuvelachtig. We zien een kudde zebra’s en vragen ons af of dat misschien de meer zeldzame bergzebra’s zijn.
We hebben Cape Cross nu al zeven uur geleden verlaten en nog steeds ruikt alles naar de pelsrobben. Al die robben bij elkaar geeft een enorme stank maar dat die zeven uur later nog steeds aan onze kleding en cameratassen kleeft is wel heel opmerkelijk.

We besluiten te gaan overnachten op de Aba-Huab camping van de Nacobta. Maar we komen nog een groot probleem tegen. Onze benzinetank begint aardig leeg te raken en als er bij de Aba-Huab camping geen benzinepomp is dan komen we daar niet meer weg. Maar als we eerst ergens anders moeten gaan tanken dan komen we niet meer voor het donker bij de camping. We wagen de gok en gelukkig blijkt de Twyfelfontein Lodge in de buurt van de Aba-Huab camping een benzinepomp te hebben.

Op de camping staat rondom de faciliteiten gebouwtjes een grote groep Nederlanders van Djoser of een of andere VAR organisatie. Wanneer we met zijn tweeën op vakantie zijn naar een verre bestemming, dan hebben we een grote hekel aan Nederlandse groepen, dus we gaan zo ver mogelijk bij hen uit de buurt staan. We vinden een prachtig eenzaam plekje aan de rivier die hier ook alleen maar een zanderige bedding is.

Nacobta staat voor Namibia Community Based Tourism Association. Dit is een non-profit organisatie die de plaatselijke bevolking van het platteland rechtstreeks wil laten profiteren van het toerisme. Deze camping wordt dan ook beheerd door bewoners van deze streek.

De badkamer is heel bijzonder. In eerste instantie kunnen we hem niet vinden. Hij staat wel aangegeven met bordjes maar we lopen er steeds voorbij, tot we iemand met nat haar en een handdoek van achter een rieten (tuin)scherm vandaan zien komen. Dus lopen we daarop af, en zien we dat in het rieten scherm een eveneens rieten deurtje zit.
Eenmaal binnen kunnen we in eerste instantie onze ogen niet geloven. Er staat hier een enorme boom waar met die rietschermen als het ware een kamer omheen gebouwd is. Het heeft geen plafond waardoor je onder de blote hemel en de kruin van de boom staat. Uit één van de takken steekt een douchekop en uit een ander tak komen twee kraantjes voor warm en koud water. Op sommige plekken hebben ze gaten in de rietschermen geknipt om de takken naar buiten te laten groeien. Sommige van die gaten zitten mooi op kruishoogte, maar daar denken we maar niet bij na. Het douchet in ieder geval geweldig!

Vervolg: Damaraland en Kaokaland

Bijbehorende foto's