Keetmanshoop en Sossusvlei

Naar Sossusvlei, 17 september
’s Morgens gaan we op weg voor een lange tocht naar Sossusvlei.
Maar eerst bezoeken we het bekende kokerboomwoud. Deze bomen hebben hun naam gekregen omdat de bosjesmannen van de takken kokers maken om hun pijlen in te bewaren. Er staan inderdaad een flink aantal bomen bij elkaar op het landgoed van een boer, maar om dat nou een woud te noemen.

Deze boer heeft ook een aantal kooien met luipaarden maar daar wil ik niet eens een foto van maken. Volgens ons horen luipaarden in de vrije natuur. Het kokerboomwoud valt ons wat tegen dus nemen we nog een kijkje bij de Giant's Playground. Dit zijn rotsformaties die ons ook niet zo lang kunnen boeien, dus we gaan snel op weg naar Sossusvlei.

Gaandeweg de rit bedenken we ons dat we misschien beter de geasfalteerde weg via Mariëntal hadden kunnen nemen in plaats van deze gravelweg via Helmeringhausen. Maar ja, dat is nu te laat dus rijden we maar door.

Het is een oneindige lijkende weg die maar niet op wil schieten. Hans rijdt 100 à 120 kilometer per uur over deze wegen, wat ik helemaal niet zie zitten. Op zich lijkt het makkelijk te kunnen maar als je eens onverwacht zou moeten remmen en/of uitwijken dan kom je flink in de problemen, aangezien er her en der een losse grindlaag op ligt, van zeker tien centimeter diep.

Aan de andere kant: waar zou je hier voor moeten remmen of uitwijken? We hebben nog nooit zulk een verlatenheid gezien. Echt verschrikkelijk. En in tegenstelling tot de prachtige woestijnlandschappen in bijvoorbeeld Australië of Amerika is hier echt helemaal niets aan. Namibië is niet voor niets het meest lege land van Afrika.

Enig teken van leven komen we tegen in Maltahöhe, al is dat niet veel. We denken hier dus boodschappen te kunnen doen voor vanavond, maar dat valt tegen. Op de kaart staat het als een grote stip aangegeven, maar het stelt helemaal niets voor. Het is een verschrikkelijk desolaat woestijnstadje met een winkel, waar enkel een paar bestofte en gedeukte blikjes te krijgen zijn. Met enige fantasie kunnen we er een halve maaltijd van maken dus kopen we toch maar iets. Bij het plaatselijke toeristenbureau treffen we een vreselijk depressieve man aan, die er van overtuigd is dat de derde wereldoorlog is uitgebroken. Aangezien wij onze informatie over de toestand in de wereld uit dit soort gesprekken moeten halen worden we hier niet vrolijk van, hoewel we zijn pessimisme niet helemaal delen.

Maar vlug weer verder dus, nog steeds op weg naar Sossusvlei. In plaats van noordelijk rijden we nu westelijk dus er begint schot in te komen.

Aan het eind van de middag komen we aan in Sesriem, het “plaatsje” bij Sossusvlei. Het mag eigenlijk geen naam hebben want er is alleen een toeristenbureau, een camping en een lodge. De camping is vol, de lodge te duur, dus rijden we iets terug over de weg waar we vandaan kwamen, naar een andere camping. Daar kunnen we onze tent onder een soort overkapping van doek zetten. We weten niet waarvoor dat dient, maar we doen het toch maar.

Als de tent staat begint het te schemeren en dan blijkt dat we hier omringt zijn door heel grote krekels of iets dergelijks. Ze zijn zo groot als een mensenhand en helemaal gepantserd, en ze maken een hoeveelheid kabaal die bij zo'n groot insect past. Ik heb echt geen zin in om in het donker bij het schijnsel van een gaslampje te gaan zitten eten met die griezels om me heen. Bovendien koelt het hier in de woestijn ’s avonds ook flink af, hoewel het ’s nachts niet meer vriest.

Het besluit om eens in de Sossusvlei Lodge te gaan kijken of er iets te eten valt is dan ook snel genomen. Daar blijkt dat ze niet gewend zijn dat er gasten van buiten de lodge komen eten. We overbluffen de ober een klein beetje met onze logica dat we gewoon voor het eten betalen (wat natuurlijk ook heel gewoon is, maar het eten is voor lodgegasten bij de prijs inbegrepen, dus waarschijnlijk heeft de maaltijd geen aparte prijs).

Het is geweldig. Men serveert een buffet waarbij een kok staat de bakken, zoals wij dat kennen van een Japans restaurant. Een andere kok staat te barbecuen. De keus is overvloedig en het barbecuevlees bestaat onder andere uit struisvogelbiefstuk en springbok. Even twijfel ik, want bij de verlichte waterplaats naast het terras staat nu juist een springbok te drinken. Dan bedenk ik me dat een springbok hier net zo gewoon is als een koe bij ons. Ik ga overstag en geniet van het eerste wild dat ik in mijn leven eet. En wat voor wild…. springbok, en het is nog erg lekker ook. We vreten ons helemaal vol en dat voor nog geen 15 euro per persoon, inclusief drankjes en voor- en nagerecht in buffetvorm.
Dit doen we morgenavond weer! Die blikken die we in Maltahöhe hebben gekocht kunnen wel even wachten.

In Sossusvlei, 18 september
Sossusvlei schijnt het mooist te zijn bij zonsopgang en zonsondergang dus zodra de poorten open gaan rijden we naar binnen. Een vlei schijnt een nat gebied te zijn, of zoiets als een bekken dat water bevat na een regenbui, maar daar is nu geen sprake van. Het is gortdroog.

Het weer is prachtig hoewel het zo vroeg in de ochtend nog best koud is. Maar dat zal snel veranderen als de zon zijn best gaat doen. De eigenlijke Sossusvlei ligt aan het eind van een lange weg langs enorme zandduinen. Het is er prachtig, een woestijn landschap pur sang, van rood zand.

Voordat het warm wordt beklimmen we de bekende Dune 45. Het is de bedoeling langs de kam van de duin te klimmen en op sommige stukken is dat behoorlijk zwaar vanwege het stijgingspercentage en het losse zand. Maar bovenop is het uitzicht prachtig. De zon werpt scherpe schaduwen. Als we weer beneden zijn, is de zon hoger geklommen en is het schaduweffect verdwenen. De duinen krijgen een ietwat fletse zacht-oranje kleur.

We besluiten eerst weer terug te gaan naar Sesriem om de Sesriem-canyon te bekijken. We kunnen het in eerste instantie niet vinden en het stelt ook erg weinig voor, vergeleken bij de canyons die we van Amerika kennen. Omdat het nu toch erg warm is geworden, besluiten we om op de camping wat te gaan luieren.

Halfweg de middag rijden we weer terug naar Sossusvlei. De laatste twee kilometer naar Dead Vlei kan alleen met 4WD afgelegd worden, en daarvoor moet je met een groep op een vrachtwagentje mee. Daar hebben we geen zin in en we besluiten te lopen. Het is immers maar twee kilometer.

Het blijken zo’n beetje de zwaarste kilometers uit ons leven te zijn, dus we halen Dead Vlei niet. De combinatie van zon, warmte en heel diep los zand maakt dat we nauwelijks vooruit komen.

We beklimmen een duin om te kijken of we nog ver moeten. Dat blijkt inderdaad het geval te zijn, maar dat uitzicht vanaf die duin is zo mooi dat we een half uurtje blijven zitten en het verder wel best vinden. Hier zitten we dan, als ware we alleen op de wereld. We kijken uit over een van de mooiste woestijnlandschappen op aarde. Heel in de verte rijden de vrachtwagentjes op en neer naar Dead Vlei maar we horen ze niet eens vanwege de afstand.

Wat is het hier prachtig en vredig. En plots overvalt mij de bizarre gedachte dat op dit moment, achter die duinen, een wereldoorlog uitgebroken kan zijn waar wij geen weet van hebben. En wij zitten hier te genieten van dit wonderschone, grootse en vredige landschap. Deze paradox maakt dat ik voel alsof ik in het paradijs beland ben en ik bedenk dat als later blijkt dat er echt iets vreselijks aan de hand is in Nederland, we dan maar gewoon hier blijven, voor zolang als dat nodig is.

Als we de bekende schaduwen van de ondergaande zon nog willen zien, dan wordt het tijd om te vertrekken. De kam van de duin blijkt in dat halve uur dat we daar zitten alweer zijn messcherpe vorm aangenomen te hebben We verbazen ons erover hoe snel zo’n duin zich weer herstelt en dat er dus schijnbaar een zeker evenwicht zit in de vorm van zo’n duin.

Op de terugweg maakt de ondergaande zon lange schaduwen op de duinen wat een prachtig effect geeft. Ik kan bijna niet stoppen met fotograferen. Uiteraard gaan we na zonsondergang weer naar de Sossusvlei Lodge. Het buffet is precies hetzelfde als gisteren maar “why change a winning team?”.

Vervolg: De kust

Bijbehorende foto's