Zuid-Afrika

Vertrek uit Amsterdam, 9 september
Vandaag zal onze vlucht om 21.00 uur vertrekken. Dit betekent dat we alle tijd hebben om naar Schiphol te rijden.
Voor het eerst sinds lange tijd zullen we geen jetlag verschijnselen krijgen. Een nachtvlucht lijkt ons wel aantrekkelijk. ’s Avonds opstijgen, gaan slapen omdat het gewoon nacht is, en dan wakker worden op de plaats van bestemming.

Hoewel, we landen eerst in Johannesburg en daarna moeten we nog vier uur vliegen naar Kaapstad.
Voor het eerst hebben we slaappillen meegenomen. Hopelijk zorgt de combinatie van het late tijdstip en de slaappil er voor dat we nu eindelijk eens kunnen slapen tijdens een vlucht.

Op weg naar Schiphol zie ik de wolken door de lucht razen. Ik begin me erg druk te maken over het opstijgen. Eenmaal in het vliegtuig klamp ik dan ook een stewardess aan om te vragen of ze problemen voorziet. Dat doet ze niet en gelukkig blijkt ze gelijk te krijgen.

Nadat we een uurtje in de lucht zitten nemen we onze slaappil en hopen maar dat die zal werken.

Aankomst Hermanus, 10 september
Rond 07.00 uur landen we in Johannesburg. De slaappil heeft een stuk minder gewerkt dan we hadden gehoopt. We sliepen steeds een uurtje en schoten dan wakker om vervolgens weer in te doezelen. Maar al met al is het beter dan de hele vlucht wakker blijven.

In Johannesburg stappen de meeste passagiers uit. Met een paar anderen blijven we zitten. We mogen het vliegtuig niet verlaten en er mogen ook geen nieuwe passagiers instappen, omdat de KLM geen binnenlandse vluchten in Zuid-Afrika uit mag voeren.
In een erg leeg vliegtuig vervolgen we onze weg naar Kaapstad. Tijdens de landing hebben we erg veel turbulentie. We weten dat hier een paar dagen geleden een vliegende storm heeft gewoed en de wind die er nu staat zal daar wel het staartje van zijn.

Ik ben erg blij dat ik sinds gisteren niets meer gegeten heb, want ik word zo vreselijk misselijk van al die luchtschommelingen, dat ik anders zeker dat zakje had moeten gebruiken. Ook maak ik me zorgen of we wel veilig terecht zullen komen, maar dat gaat allemaal goed. Rond 11.00 uur staan we in Kaapstad.

Nadat we onze bagage van de band hebben gepakt nemen we de huurauto in beslag. Gelukkig wordt door de medewerker bevestigd dat we met behoud van de verzekering over de gravelwegen van Namibië mogen gaan rijden.

Eenmaal op weg naar Hermanus lijkt het wel alsof het vliegtuig tijdens onze slaap stiekem is omgedraaid naar Nederland. Het weer is nog steeds hetzelfde: veel wind, donkere wolken, regen en 16 graden. En overal lezen we Nederlandse woorden. Het is net alsof we in Nederland zijn. Alleen de sloppenwijken, die we al direct na vertrek van de luchthaven passeren, bewijzen dat we wel degelijk in Zuid-Afrika zijn aangekomen.

We bereiken al snel Hermanus. We hebben een prachtige kamer met uitzicht op zee in het Sandbaai Country House. In de badkamer staat een antiek bad op pootjes en op enkele tientallen meters van ons bed beuken metershoge golven met veel kabaal op de kust.

Na aankomst gaan we naar Hermanus om te kijken of we walvissen zien. De “whalecrier” is aanwezig en blaast op zijn toeter.
Er zijn zowaar walvissen te zien. Helaas niet zo heel dicht bij de kust, waardoor we hun kennelijk enorme omvang niet meekrijgen. Het weer is te slecht om met een bootje de zee op te gaan, dus we zullen het hier mee moeten doen. Soms komt er een walvis dicht genoeg in de buurt om zonder verrekijker te bekijken.

Ook tijdens het diner hebben we vanaf ons tafeltje zicht op water spuitende kolossen, die regelmatig hun staart of kop uit het water steken.

Na terugkomst in het hotel blijkt dat we de enige gasten te zijn. De eigenaresse lijkt een beetje mensenschuw en laat alles aan “my girls” over. Dat zijn de donkere medewerksters. Als blijkt dat ons toilet niet echt goed gepoetst is, stuurt ze ons liever naar een ander kamer, dan dat ze zelf met sop en borstel aan de slag moet. Wij willen echter onze mooie kamer met uitzicht houden en dus rest haar niets anders dan het toilet zelf te poetsen. Ze foetert nogal op de “girls” en we hopen dat zij deze morgenvroeg niet al te streng aanpakt.

’s Avonds maakt ze wel speciaal voor ons de open haard in de huiskamer aan. Dat is geen overbodige luxe want het is nogal frisjes.

Rondom Hermanus, 11 september
Vannacht heeft het verschrikkelijk gestormd maar vandaag begint de dag zonnig, en is de storm gaan liggen. Als we onze kamer verlaten blijkt er speciaal voor ons tweeën een uitgebreid ontbijtbuffet gemaakt te zijn. Gelukkig eten de eigenaresse en de medewerksters daar zelf ook van mee. Toch voelen we ons een beetje gegeneerd dat we niet alles opeten.

Na het ontbijt gaan we op zoek naar pinguïns. We hebben geen zin om helemaal naar het Kaapse schiereiland te gaan. Daarom gaan we naar Stoney Point bij Bettys Bay waar ook wat pinguïns zouden moeten zitten.

Wanneer we aankomen zien we nog niets, dus we volgen het pad dat naar Stoney Point zal leiden. Voor we het goed en wel in de gaten hebben zitten we ineens tussen de pinguïns. We kunnen ze tot zo’n twee meter naderen. Ze vinden ons wel een beetje eng, dus verschuilen ze zich onder een omgevallen boom. Maar als wij ons stil houden worden ze nieuwsgierig en komen ze ons van dichtbij bekijken.

Na een tijdje lopen we verder naar Stoney Point. Dit blijkt het uiterste puntje van een landtong te zijn en het is afgezet met een hek. Daarachter zitten honderden of misschien wel duizenden pinguïns. Het loopt en kwettert allemaal door elkaar. Sommige nemen een duik, anderen maken een nest en weer anderen hebben al kuikens.
We kijken onze ogen uit naar deze krioelende massa pinguïns. Blijkbaar voelen ze zich zo veilig vanwege dat hek, dat we sommige door het gaas bijna aan kunnen raken.

Na een poosje verlaten we deze plek, onder andere omdat het weer slechter wordt. Dat betekent dat het tijd wordt om inkopen te gaan doen. We hebben thuis al een lijstje gemaakt van alles wat tijdens het vervolg van onze reis nodig denken te hebben. Daarmee gaan we naar de Somerset Mall.

Nadat we alles gekocht hebben gaat Hans nog even naar het toilet. Daar staat de radio aan en hij komt terug met de mededeling dat er zojuist een vliegtuig in het World Trade Center is gevlogen en dat men aan een aanslag denkt. We zien een sportvliegtuigje voor ogen, maar omdat het inmiddels flink regent besluiten we toch maar terug te gaan naar het Sandbaai Country House.

Daar hebben we een gelukkig een televisie met CNN. Inmiddels is een tweede vliegtuig in de andere toren gevlogen en is men bezorgd over een viertal andere vluchten. De beelden worden herhaald en herhaald en dan komt het bericht binnen dat er een vliegtuig op het Pentagon is neergestort. We kunnen niet bevatten wat daar allemaal aan de hand is en wat dit voor de wereld zal gaan betekenen. Maar in ons onderbewuste doemen gedachten aan een wereldoorlog op.

Nog voordat de beelden van de instorting van de torens binnenkomen, lezen we in de balk onder in beeld: “The south tower has collapsed.” Ik roep: “Hans het is ingestort! Het World Trade Center is ingestort!!” Hans: “Nee, dat is niet mogelijk, die torens zijn zo gebouwd dat het niet kan instorten.” Ik weer: “Hans, er staat collapsed! COLLAPSED!!!”

We kijken urenlang met afgrijzen naar de beelden en het wil maar niet doordringen dat die beelden echt en live zijn.
Daarnaast zijn wij zojuist aan onze vakantie begonnen, zijn we zelf in het World Trade Center geweest, zijn we vorig jaar nog langs het Pentagon gereden en hebben wij Amerikaanse vrienden. Barbara is zelfs stewardess bij American Airlines. Dat maakt de hele situatie zo mogelijk nog surrealistischer.
Aan de andere kant ben ik heel erg blij dat we net een vlucht achter de rug hebben en dat de volgende pas over ruim drie weken gaat. Naast de ontzetting en het ongeloof realiseren wij ons onmiddellijk, en misschien beter dan een willekeurige Nederlander, wat dit voor het Amerikaanse volk betekent.

’s Avonds, als de torens inmiddels ingestort zijn en er ook nog een vierde vliegtuig is neergestort, moeten we ons toch van de televisie losrukken om ergens te gaan eten. In het restaurant roezemoest het aan alle tafeltjes. En elke nieuwe binnenkomer wordt ondervraagd over het laatste nieuws.

Naar Clanwilliam, 12 september
Als we onze auto willen gaan inladen blijkt dat een van de medewerkers van het Sandbaai Country House onze auto staat te wassen. Dat hoort kennelijk bij de service. Dit geeft ons de gelegenheid om alles eens goed te bekijken.

Het hele terrein is ommuurd en de muren zijn voorzien van prikkeldraad. Op de muren zitten bordjes die er voor waarschuwing dat dit pand bewaakt wordt. Deze maatregelen zijn eerder regel dan uitzondering, in deze contreien. We vragen ons af of het wel zo leuk is om zo te moeten wonen.

Als alles is ingeladen gaan we op weg naar Namaqualand. We hopen daar wat “blommen” te zien.

In de buurt van Kaapstad rijden we langs vele sloppenwijken. Het zijn eindeloze vlaktes met vierkante gebouwtjes van ongeveer drie bij drie meter. De muren zijn gemaakt van boomstammen of golfplaten en het dak is een stuk plastic. De “huizen” staan allemaal ongeveer een meter van elkaar af.
Langs de (snel)wegen zijn overal mensen aan de wandel, mensen aan het liften en mensen die kranten of fruit verkopen. Tegen de avond lopen al die mensen richting sloppenwijk met grote takkenbossen op hun rug of een vracht van het een of ander op het hoofd.

In Clanwilliam is geen hotelkamer meer te krijgen. De mevrouw in het toeristenkantoortje pleegt wat telefoontjes en vindt op die manier voor ons een onderkomen bij mensen thuis. Het is een soort Bed & Breakfast.
Maar eerst gaan we ergens wat eten en natuurlijk staat de televisie op CNN. De namen van alle omgekomen bemanningsleden lopen steeds door het beeld. Gelukkig staat de naam van Barbara er niet bij.

Nadat we onze intrek hebben genomen in de B&B gaan we samen met de eigenaars televisie kijken. Uiteraard gaat het gesprek over de gebeurtenissen van gisteren, maar ook beginnen zij zelf over de apartheid. Wij concluderen (vrijelijk) dat de apartheid vooral gebaseerd was op angst. Uit hun verhalen spreekt niet zozeer haat tegenover de donkere medeburgers, maar vooral angst. Soms zal dit ook wel terecht zijn gezien de enorme sloppenwijken die je hier overal aantreft.
Aan de andere kant hebben de donkere mensen natuurlijk net zo veel, zo niet meer, reden om bang te zijn voor de blanke Zuid-Afrikanen.

Momenteel logeert er ook een kleurlinge bij hen in huis. De eigenaars voelen zich nogal gepakt. Ze vertellen ons dat er een blanke heeft gebeld of er nog een kamer vrij was. “Dat doen ze altijd, want anders horen wij meteen aan het accent dat een kleuring of zwarte is”, vertelt de eigenaresse. “En dan stapt er een kleurling binnen, wat je dan maar moet accepteren. Wij durven die kleurling dan niet meer weg te sturen, want dan staat morgen in de krant dat we racistisch zijn.” Volgens ons zou dat ook inderdaad racistisch zijn, maar goed.

Even later vertelt ze dat het waarschijnlijk alleen maar een idee is dat zij over kleurlingen hebben en niet gebaseerd op de realiteit. Zonder het goed te willen praten kunnen we ons wel voorstellen dat het moeilijk is om ineens je gevoel te veranderen, enkel omdat de apartheid wordt afgeschaft. Terwijl die angst voor en/of haat tegen kleurlingen er van baby af aan is ingeprent.

Naar Upington, 13 september
’s Morgens krijgen we een uitgebreid ontbijt voorgeschoteld, geserveerd door de gastvrouw. Het is een soort Engels ontbijt. We vertrekken verder richting Kalahari Gemsbok Park en zullen wel zien hoever we vandaag komen.

Het is nog steeds “baie” koud en het waait “baie” hard. Dat betekent dat de meeste van de beroemde “blommen” van Namaqualand geen zin hebben om te gaan bloeien. We rijden eindeloos over gravelwegen door enorm uitgestrekte niksheid. We komen één bushcamper tegen en verder helemaal geen voertuigen. Veel wilde dieren zien we ook niet. Wel een paar struisvogels, op wat waarschijnlijk een struisvogelfarm is.

Ook in Upington zoeken we naar een Bed & Breakfast. We vinden er eentje waarin we achter in de tuin, aan de rivier, in een luxe tuinhuisje logeren met een eigen koelkast en badkamer. Er is een televisie maar helaas doet die het nauwelijks.

De brochure geeft grappige informatie: In die middedorp! Inderdaad Baie Besonders! ’n Oase met welige subtropiese plantegroei, geleë direk op die oewer van die Oranjerivier. Voëlsoorte, rivieruitsig en bootritte. Private eenhede met veilige onderdak parkering. Maklik om te vind! Straat agter die Postkantoor!

We rijden naar het centrum (al mag dat die naam niet hebben). Eerst proberen we bij het toeristenbureau accommodatie te regelen voor het Kalahari Gemsbok Park. Dat blijkt helemaal vol te zitten (het is weekend), maar omdat we een tent bij ons hebben kunnen we toch wel op de bonnefooi daarheen, luidt het advies. En als we geluk hebben kunnen we vanwege afzeggingen ter plaatse toch nog een huisje krijgen.

Daarna gaan we naar de supermarkt waar wat vreemde snuiters, waarschijnlijk daklozen, rondhangen. We worden door een aantal bedelaars lastig gevallen. Als we de auto parkeren voor een restaurant, komt er een klein jongetje vragen of hij onze auto mag bewaken.

Of we nou gek zijn gemaakt door alle verhalen, of dat ons instinct toch terecht is, weten we niet, maar we voelen ons hier helemaal niet op ons gemak. We hebben het idee dat er om alle hoeken gevaar loert. Na de maaltijd spoeden we ons terug naar de Bed & Breakfast waar we de auto redelijk veilig kunnen parkeren.

Vervolg: Kgalagadi Transfrontier Park

Bijbehorende foto's