Tanami Road

Bushcamp, Tanami Road, donderdag 14 oktober
Vanmorgen hebben we veel boodschappen gedaan en de radio opgehaald en zijn op weg gegaan via de
Tanami Road. We passeren de steenbokskeerkring maar helaas staat er geen bordje om dat aan te geven.
We tanken en eten wat bij het Tilmouth Well Roadhouse en raken aan de praat met de manager, een Nieuw-Zeelander die de drukte (!) van zijn land ontvlucht is en op zoek gegaan naar eenzaamheid.
Na zo'n 200 km krijgen we startproblemen. Gelukkig staan we op een hellinkje en krijgen de camper (van 2300 kg) aan het rollen en dus aan de praat. Het dichtstbijzijnde dorpje is Yuendumu. Een aboriginaldorp waar je zonder permit mag tanken en kopen.
We verwachten nu dus echt in contact te komen met aboriginals maar niets is minder waar. De mensen die in het winkeltje/garage werken zijn blank. De "manager" van deze coŲperatie blijkt een van oorsprong Nederlander, Frank, te zijn die eruit ziet als een aboriginal. Ongekamd, vies en op blote voeten.
Het is wel een geinige vent met een heel levensverhaal. En dat vertelt hij ons graag in het Nederlands ondertussen wat prutsend aan onze accu. Na een uur komt hij er toch maar voor uit dat hij er eigenlijk niet zo veel verstand van heeft maar dat hij zo graag wilde kletsen met Nederlanders en roept hij een echte monteur, zijn schoonzoon, die zo ongeveer even oud is. Deze laat eerst ook weer een half uur op zich wachten en krijgt de camper toch weer aan de praat.
Wij vinden het allemaal best, ook al kost het uren, het is wel geinig om eens te praten met een man die hier al 23 jaar tussen de aboriginals woont, nadat hij als geoloog naar uranium heeft gezocht. Zijn vader zat wat in het verzet tijdens de oorlog waarna ze naar ArgentiniŽ zijn verhuisd waar hij Portugees leerde spreken en Duits van de kleine nazikindertjes.
Later verhuisde het gezin naar AustraliŽ waardoor hij nu vier talen vloeiend spreekt. Zijn vrouw is hier onderwijzeres. En vandaar natuurlijk dat er een bordje op de deur van het winkeltje hangt met de mededeling dat het belangrijk is voor kinderen om naar school te gaan en dat het dan ook niet toegestaan is om tijdens schooluren kinderen mee naar de winkel te nemen. De cokemachine staat achter tralies.
Tijdens het klussen komt een enorm onweer opzetten. Tegen zonsondergang is de camper klaar en kunnen we weer op weg maar ver zullen we dus niet komen. De wegen zijn veranderd in modderpoelen en tegen het licht in lijkt het alsof we over een enorme ijsvlakte rijden.
Het resultaat is de mooiste zonsondergang die we ooit gezien hebben. De kleuren zijn surrealistisch. Alsof het ingekleurd is door Hollywood. Van diepviolet, via glinsterend goud tot vlammend geel en rood. En de onweersflitsen gaan ook nadat het donker is nog urenlang door aan de horizon.

Bushcamp, Tanami Road, vrijdag 15 oktober
Het is heet vandaag, we hebben de regen nu achter ons gelaten. De wegen zijn kurkdroog. Er staat wat wind en daardoor lijkt het wel alsof je gebraden wordt in een heteluchtoven. Overal zijn ronddraaiende zandstormpjes zichtbaar aan de horizon. Een hele grote blijkt een bushfire te zijn, waar we nu inmiddels wel aan gewend zijn geraakt.
Per dag komen we maximaal 10 auto's tegen.
We stoppen bij Rabbit Flat, het meeste afgelegen roadhouse van AustraliŽ. We tanken er de duurste benzine van het land uit een pomp die zo oud is dat hij alleen prijzen van maximaal 99 cent aan kan. Uiteraard moet je alles met twee vermenigvuldigen.
De eigenaar hier is zo'n typische outback-kerel maar echt geen stommerik. Met hem raken we ook weer zo'n drie kwartier aan de praat. Al die mensen hier hebben hun eigen verhaal en je hoeft alleen maar hallo te zeggen en te luisteren en het komt er al uit.
Dit maal hebben we voornamelijk gepraat over aboriginals. Hij zegt dat de stadslui allemaal een mening hebben over de aboriginals en de maatschappelijke problemen. Maar hij woont al 30 jaar in de outback en het enige dat hij weet van aboriginals is dat hij niets van ze weet. Ze zijn anders. Ze spugen op de muren en meubels wanneer de muziek aan staat. Ze gooien alles lŠngs de vuilnisemmer en doen hoen behoefte waar het hun uitkomt. En ze verzorgen zichzelf of hun omgeving niet.
Om eerlijk te zijn is dat ook wel het beeld dat wij inmiddels hebben. En ook hebben we moeten constateren dat overal waar je komt, zelfs in aboriginaldorpen, de blanken werken en de aboriginals onder de bomen bivakkeren.
We vragen ons dan ook hardop af hoe het komt dat een volk dat zo betrokken is bij de aarde en alles wat er op leeft en de aarde als heilig beschouwd, diezelfde aarde zo enorm vervuilt en minacht. Hij vindt het een interessante vraag, duidelijk afkomstig van objectieve, kritisch-geÔnteresseerde Europeanen. Maar hij weet het antwoord niet en misschien is dat wel gelegen in 200 jaar geschiedenis.
Hij weet alleen dat de blanken inmiddels meer van de oorspronkelijke leefgebieden (voorzien van water) van deze mensen hebben ingenomen en dat zij op deze manier steeds verder in het droge binnenland worden teruggedrongen. In feite is het te vergelijken met wat er ook met bedreigde diersoorten gebeurd. En het land dat zij inmiddels mogen claimen is in feite waardeloos voor hun levensstijl.
Aan de andere kant ziet hij met lede ogen aan hoeveel geld er vanuit Canberra (afkopen schuldgevoel?) naar de aboriginals gaat, zelfs al zijn ze maar 1/33 aboriginal, zonder dat hier enig profijt wordt gehaald.
De aboriginal voorvechters zijn geen van allen volbloed aboriginal, verre van dat zelfs. Canberra heeft geen idee dat het geld bijna letterlijk wordt weggegooid op het land in de vorm van verpakkingsplastic en bierblikken uit de supermarkt. Men wordt volgens hem gestimuleerd om niets te doen en een uitkering te innen.
We komen steeds een stel Duitse jongens tegen. Nu rijden ze ook weer 10 km om naar deze roadhouse, zonder te tanken of zelfs maar binnen te komen. Ze staan alleen buiten wat foto's te maken. Terwijl wij juist vinden dat op dit soort plekken het echte outback leven te vinden is. Als je maar een praatje maakt met deze mensen die hier ver van de bewoonde wereld leven.
Gisteren hielpen deze Duisters ons ook al niet verder toen de auto kapot was, terwijl we ze wel aangehouden hadden, en dat vinden wij op dit soort plekken, honderden kilometers van de bewoonde wereld nogal asociaal.
Op de weg zien we veel kleine en middelgrote hagedissoorten. Als je ze met de auto benadert dan blijven ze zitten maar zodra je uitstapt schieten ze weg. Ze zien een auto dus blijkbaar niet als bedreiging maar mensen wel.
Om 17.00 uur zijn we uit gaan kijken naar een geschikte plek om de camper te parkeren voor de nacht. Alles is hier vlak en laag maar gelukkig zitten we net bij de Elskey Hills waar we ons achter kunnen verschuilen.

Vervolg: Bungle Bungles en Kimberley

Bijbehorende foto's