Cape York

Lakeland, zondag 3 oktober
We hebben onze camper opgehaald bij Maui en volgens de medewerkster kunnen we best in een week op en neer naar de tip van Cape York. Niet dat we dat van plan waren, maar dat geeft dus weer moed omdat de kans groot is dat we Iron Range kunnen halen, zoals we hoopten.
We zijn via Kuranda naar het noorden gereden in de hoop inkopen te kunnen doen maar zijn gillend weggevlucht. Hier is het dus wel vreselijk kitscherig toeristisch en zo'n beetje alle winkels zijn souvenirwinkels.
Gelukkig is in Mareeba een supermarkt open.
Onze eerst nacht in de camper brengen we maar op een camping door om rustig te kunnen beginnen. Het is een klein en rustig campinkje. Er huizen groene boomkikkers in de afvoerpijpen en er zitten karekieten in de boom.
We krijgen uitleg van een wijs Australisch jongetje: Green tree frogs are nice and friendly and you can touch them if you like. But cane toads, who where introduced in Australia, are poisonous and a real plague. En 's avonds zal hij deze dan ook met behulp van stokken levend in het kampvuur gooien. Dit in tegenstelling tot de boomkikkers die hij redt uit de afvoer en steeds maar weer terug brengt naar de bomen.

Bushcamp, Peninsula Development Road, maandag 4 oktober
Vanmorgen hebben we met Diana en Greg, onze buren op de camping, gesproken. Greg heeft 25 jaar voor Telstra het Cape York schiereiland doorkruist en weet ons te vertellen dat we makkelijk naar Iron range kunnen en geeft ons wat tips. En volgens hem is de Toyota Land-Cruiser de beste wagen voor dit terrein.
We rijden richting het noorden en zien onze eerste drie wallabies. De wegen worden steeds slechter. Er staat geen water in de kruisingen met rivieren en kreken (helaas) en we verbazen ons erover wat men in Cairns toch weinig zinnigs te zeggen heeft over dit gebied. Alle informatie, zelfs van toeristeninformatie en National Parks, was onjuist.
Er is bijna geen verkeer en in de eenzame dorpjes is nauwelijks wat te krijgen. Net voor Laura klimmen we omhoog om oude rotsschilderingen te bekijken. In Laura hangt een Jamaicaans-achtig sfeertje. Op de weg zien we een grote hagedis en Hans rijdt er bijna overheen. Even verderop ligt een dode babykrokodil.
Op weg naar Iron Range eten we in het Roadhouse in Musgrave. (Volgens ons Ūs het Roadhouse Musgrave.) het is er vooral erg leeg met een airstrip.
We hebben ons camp opgeslagen op een zijweggetje verscholen in de bush. En wat hebben we daar een goede keus gemaakt: tegen zonsondergang vliegt een kolonie van tienduizenden vliegende honden op en vliegt 20 minuten lang recht boven ons hoofd op jacht naar voedsel. Je kan hun logge, zware, trage vleugelklappen duidelijk horen en ook het piepgeluid dat ze voortbrengen. De ingedoezelde kaketoes worden er gek van en zetten het op een krijsen.
Na zonsondergang beginnen de road trains te rijden. Je hoort ze van verre aankomen.

Iron Range N.P., dinsdag 5 oktober
Wanneer we verder rijden blijkt dat we vannacht maar zo'n 5 kilometer van het Archer River Roadhouse hebben overnacht.
Op weg naar Iron Range rijden we langs bushfires. Dat is toch wel een vreemde gewaarwording voor een Hollander. Tientallen kilometers door smeulend bos rijden en je moet het maar normaal vinden.
Na door een redelijke rivier gereden te zijn arriveren we bij Iron Range.
Iron Range N.P. is heel anders georganiseerd dan we uit Amerika gewend zijn. Dit is gewoon een stuk wilde natuur met nauwelijks faciliteiten. Bij de ingang woont een parkbeheerder, van God en alleman verlaten. En dat is het zo'n beetje. Er is een soort van camping maar die is nagenoeg leeg. En je kunt ook aan het strand gaan staan met je tentje.
Helaas zien we weinig wild, dat valt dus wel wat tegen. Alleen enkele wallabies en boskalkoenen. Ook een geinige Orange-footed Scrubfowl.
Na zonsondergang neemt het geluid snel in decibellen toe.
We hebben ons heerlijk gebadderd in de rivier en niemand kijkt toe (hopen we). Er wordt gewaarschuwd voor zoutwaterkrokodillen maar het water staat zo laag dat we ons niet kunnen voorstellen dat we worden verorberd.
Aangezien bijna alle toeristen aan het strand willen en wij juist in het regenwoud, staan we hier lekker rustig. Op de andere oever staat nog ťťn tentje (eigenlijk ťťn teveel). Er hangt hier een typische geur: soms kruidig (Eucalyptus ruikt niet naar Eucalyptusolie), dan weer naar zwembadchloor en vervolgens zoet als seringen.

Lakefield N.P., woensdag 6 oktober
Vanmorgen pikte weer een brutale boskalkoen aan onze vuilniszak. Na het ontbijt hebben we het Iron Range park weer langzaamaan verlaten.
We zijn een aantal keren op en neer gereden door de Pascoe River Crossing omdat we die zo leuk vinden.
Tussen de middag eten we in het Archer River Roadhouse.
Richting Lakefield zien we steeds meer wild: veel mooie vogels (papegaaien en kaketoes) en enkele wallabies. Vandaag is een lange rit door het stof. Alles is smerig en stoffig tot in de kasten aan toe. Over onszelf nog maar gezwegen. Wij zweten er ook nog eens bij.
We hebben geen zin en geen gelegenheid om iets te wassen dus we moeten nog maar eens bekijken wat we over een paar dagen in het vliegtuig aan zullen trekken.
De melk meenemen was niet zo'n goed idee. Het heeft gelekt en de geur is niet meer weg te krijgen: bijzonder smerig en het wordt steeds erger. Zelfs de colablikjes stinken als je er uit drinkt.
Vanwege de late aankomst in Lakefield National Park zijn we niet eerst naar de ranger gereden voor een permit maar hebben we meteen de bushcamping opgezocht. Gelukkig is het erg rustig.
Er staan verderop ook een aantal van die extreem uitziende outback-kerels te kamperen wat officieel niet mag. Maar wie controleert er?
Waarschijnlijk komen ze om te vissen. Nog later dan wij, arriveren ook de twee vreemd uitgedoste Australische stellen in hun oude Land-Cruisers, die we al de hele dag overal zien. Er zijn hier nauwelijks wegen, tankstations, roadhouses etc. dus veel keus is er niet en Šls je dan eens iemand tegenkomt die dezelfde kant opgaat dan kom je die dus overŠl tegen.
's Avonds staat er een lekker briesje dus tocht het wat door de camper.

Cooktown, donderdag 7 oktober
Vandaag waren we om 05.30 uur wakker. We zien de mooiste dieren maar ze zijn te schuw en te snel om ze te kunnen fotograferen. Weer veel papagaaien e.d. en veel wallabies. Hop, hop, hop en daar gaan ze weer. Op veilige afstand blijven ze nieuwsgierig staan en kijken met hun oortjes boven het hoge gras uit.
We ontdekken een grote Gould's goanna, erg sloom en fotogeniek.
De weg naar Cooktown is zeer slecht en bezorgt Maud bijna een whiplash van de klappen. Over de weg gaat een felgroene 1Ĺ meter lange slang maar hij schiet helaas snel de bosjes in.
We zijn er bijna (nog maar 50 km) als we ineens voor een flinke bushfire komen te staan. We draaien de bocht om, rijden omlaag de bedding van de Normandy River door. Weer boven gekomen op de andere oever rijden we ineens in dikke rook. Paniek en we draaien snel om zodat we weer aan de andere kant van de rivier komen.
Van een afstand zien we dikke zwarte rook en horen we bomen knappen. We hebben geen idee hoe de weg en de rivier lopen. En de harde wind staat onze kant op.
Wat nu? Omrijden is eigenlijk geen optie: het is 220 km en kost op deze wegen zeker een extra dag en die hebben we niet i.v.m. met onze volgende vlucht.
We hopen een half uur lang dat er een plaatselijke AustraliŽr langs komt die de situatie gewend is maar natuurlijk gebeurt dat niet. Waarom komen we nu dat vreemde viertal niet meer tegen?
We lezen de folder over bosbranden nog eens door en besluiten om het er op te wagen. Net op dat moment komt een Australisch stel van de andere kant af dus we houden ze meteen aan om te vragen hoe de situatie is.
Ook zij zien wat bleekjes en het blijkt dat zij aan de andere kant van het vuur net zo hebben staan twijfelen als wij en het er ook maar op gewaagd hebben. We weten nu dat we veilig verder kunnen.
We douchen ons op een idyllisch plekje onder Isabella Falls tussen de tropische begroeiing. Niemand in de buurt.
Cooktown kent een belangrijke en kleurrijke historie. We herkennen wat uit het programma van Boudewijn Buch, waarin hij in de voetsporen van Captain Cook trad en willen dat nu nog wel eens terugzien. Het is een relaxt stadje aan een mooie baai en er waait een heerlijk briesje. In het Thaise restaurant werkt ene Ellen uit Zwitserland. Ze is tijdens een lange reis hier blijven hangen en wil niet meer weg, zoals dat met zoveel jonge reizigers in AustraliŽ gebeurt.
We staan op een drukke Europees aandoende camping. Bah! 's Nachts moet Maud naar de wc en ze wordt begeleid door enkele wallabies wat wel weer leuk is.



Vervolg: Daintree, Port Douglas

Bijbehorende foto's