JordaniŽ

Amman, 3 augustus
We zitten in een echte stad, een normale met verkeersregels en voetgangersstoplichten. We zitten middenin de chique ambassadewijk. Helaas is het hotel daar niet aan aangepast.
Gisteren eerst nog Bosra aangedaan met een enorm theater in zeer goede staat. Daarbuiten een heleboel ruÔnes van de oude stad. Als wij in ons boekje lezen dat Bosra nog steeds bewoond wordt maken we nog steeds de fout te denken dat er een dorpje bij de oude stad is.
Vanaf de grens krijgen we een nieuwe gids, Antůn, mee en een Jordaanse politieagent die steeds zit te slapen in de bus.
Jerash bezocht met weer een theater. Met fantastische akoestische effecten deze keer. Toen we daar eindelijk waren uitgespeeld de rest bekeken. Er was nog veel moois te zien zoals een enorme "fontein" naast de hoofdstraat en bewegende pilaren.
Vanmorgen vanaf Mount Nebo naar het beloofde land gekeken zoals Mozes deed. Helaas was het vandaag voor het eerst wat bewolkt dus te heiÔg om echt veel te zien. Als ik thuiskom ga ik de bijbel weer eens lezen, maar dan als geschiedenisboek van al de plaatsen die we in de loop der tijd bezocht hebben, zonder in IsraŽl te zijn geweest. De kerk op Mount Nebo bevatte erg mooie mozaÔeken.
Vervolgens nog meer mozaÔeken bekeken, namelijk de beroemde landkaart van Palestina in Madaba. In Madaba brachten we echter meer tijd door in de bank waar ze ons f 60,= administratiekosten in rekening wilden brengen wegens een bureaucratische regel. De nummers volgden elkaar niet op en dus moesten we f 15,= per cheque (van f 100,=) betalen. Via de bankmanager liep het uiteindelijk toch nog goed af en betaalden we zo'n 3% kosten.
JordaniŽ blijkt helaas nu al het land van de toeristenmelkers te zijn.
Tenslotte hebben we ons laten drijven in het badwater-warme water van de Dode Zee. Een gekke ervaring. Je tilt je voeten van de bodem en je wordt onmiddellijk horizontaal getild door de opwaartse druk. Wel pijnlijk bij wondjes dit water met een zoutgehalte van 33%.

Petra, 6 augustus
Eergisteren zijn we via de King's Highway naar Petra gereden. Onderweg hebben we nog een tweetal ruÔne-kastelen (Kerak en Shobak) aangedaan maar die oude stenen hebben we nu wel gezien. Daar stond tegenover dat het landschap onderweg mooi was met name de wadi's.
En als klap op de vuurpijl hebben we ons twee dagen lang de blaren op de voeten gelopen in Petra. Vooraf konden we ons niet echt een voorstelling maken buiten de bekende plaatjes, maar het is sprookjesachtig mooi. De rotsen zijn niet alleen rood maar hebben marmerpatronen in de meest fantastische kleuren: rood, roze, geel, blauw, paars, wit en grijs.
En het complex is enorm. Dat is het best te zien vanaf de "Hoge Offerplaats". Zover het oog rijkt (en dat is ver) zijn tombe's en huizen in de rotsen uitgehouwen. In het midden is een grote open vlakte waar vroeger de stad stond. De kleuren van de stad veranderen naarmate de dag vordert. Dat is met name goed te zien bij "De Schatkamer": 's morgens zachtroze en 's avonds dieproze.
Waaghalzen als we zijn hebben we ook de urn van "Het Klooster" beklommen. de urn zelf was het probleem niet; wel de klim en de afdaling om daar te komen. Kortom Petra was een geweldige belevenis die verder niet te beschrijven valt. We proberen door wat bij elkaar gezochte stenen de kleuren vast te houden.

Aqaba, 8 augustus
Gisterenochtend zijn we om 5 uur opgestaan om via de Wadi Rum naar Aqaba te vertrekken. En wat gebeurd er als we speciaal zo vroeg opstaan? De bus gaat onderweg kapot en daar staan we dan 2 uur langs de kant van de weg, zodat we toch nog op het heetst van de dag in de woestijn zitten.
Zittend dus, achterop een minitruck, razen we de woestijn door: magnifiek! WŠt een overweldigend landschap. Zelden zagen we zoiets moois. We zagen de ander 4-W-D's als stofwolkjes langs de enorme rotsen schieten en realiseerden ons dat we zelf ook zo'n vogelvrij wolkje waren; op 2 keer na dan toen we vastzaten in het rulle zand.
Hans is nog van een knaloranje zandduin naar beneden gerend (heet!). Hier willen we nog wel eens een paar dagen doorbrengen. Wat een gevoel van vrijheid moet dat zijn.
De volgende dag hebben we gesnorkeld in de Rode Zee. We werden met onze kleding aan tegen het verbranden, duikbril en snorkels, hartelijk uitgelachen door de plaatselijke bevolking. Wij moesten stiekem ook lachen toen we een vrouw in lange jurk, met hoofddoekje om en een zwemband rond haar middel te water zagen gaan.
We hadden niet gehoord dat er maar ťťn plek was om het rif door te komen en kwamen er dan ook max. 50 cm boven te hangen. Het wemelde er werkelijk van de zeeŽgels. Doodeng! We durfden onze flippers niet meer te bewegen. Achteraf is het een wonder dat we niet gestoken zijn. Gelukkig maar, gezien de toeristen die wel op zo'n ding gingen staan en vergingen van de pijn.
Je moet je dus een strook evenwijdig aan de vloedlijn voorstellen daarachter ineens diepte. Je moet dus door het diepe stuk zwemen langs het rif af, alsof je door een canyon loopt. Toen we dat eenmaal door hadden was het erg mooi. Het was minder kleurrijk dan verwacht, toch zagen we ook wat blauw, paars en roze koraal en wat aparte vormen zoals een beker. Er waren niet veel vissen maar wel veel verschillende. We zagen een leeuwvis en een 60 cm lange trompetvis. Verder wat kleine naaldjes (?) en veel kleurrijke vissen en zeekomkommers. Het was er zo heet dat ik zelfs door mijn t-shirt en met factor 20 op verbrand ben.
's Avonds hebben we nog op het lokale strand van Aqaba gezeten. WŠt een sfeertje; eindelijk vinden we weer wat ArabiŽ terug in JordaniŽ. De avondlucht is zwoel en vol van de zoete geur van talloze waterpijpen. Het muurtje waar je op zit is nog heet van de middagzon. Langs de baai zijn duizenden lichtjes te zien en ook zijn alle lampen op de enorme tankers voor de kust aan. Het strand zit helemaal vol met gezinnen met hun eigen gasbrander, theepotje en koelbox. Uit de stalletjes klinkt Arabische muziek. Arabische avonden zijn deze hele reis wonderlijk gebleken. Het lijkt wel alsof de mensen pas echt tot leven komen als de hete zon verdwenen is.
Morgenmiddag vertrekken we naar Amman en de volgende nacht naar huis. Het was geweldig maar we zijn nu toch wel uitgeblust, dus het is tijd om te gaan.

Amman, 10 augustus
Gelukkig hadden wij nog een extra dag in Amman om de stad wat te verkennen en de laatste inkopen te doen. Omdat wij van Afriesj waren overgeboekt hadden we een dag extra).
We zijn vanmorgen eerst de citadelheuvel opgegaan alwaar we een mooi uitzicht over deze zevenheuvelige stad hadden. Er was een schattig museumpje met o.a. een paar dode-zee-rollen. Men was druk bezig het Omayyadenpaleis te restaureren. Daar hebben we een tijd bij staan kijken. De archeologen waren druk doende ingewikkelde problemen op te lossen en het werkvolk beitelde met de hand nieuwe moderne ornamenten. Toen we de weg vroegen naar de stad waren de mensen zo vriendelijk om een eindje mee te lopen.
Nog voor we de deur van het Visitor's Center geopend hadden werden we daar al onthaald door 3 supervriendelijke Irbidse meisjes die ons volstopten met folders, plattegronden en informatie. We hebben maar gezegd dat we hierna nog 2 dagen blijven.
Vervolgens maakten we nog twee staaltjes van verbluffende gastvrijheid mee. Toen we even zaten uit te rusten kwam er meteen iemand ons zijn hele levensverhaal vertellen en verdween vervolgens weer. Hij vond het blijkbaar leuk zijn Engels op te halen.
Vervolgens kregen we een uitgebreid gesprek over de Islam met een voorbijganger die zag dat we de Husseini Moskee stonden te bekijken. We hebben weer wat nieuws geleerd: men bidt schijnbaar ook vaak richting Jeruzalem. Wat een heerlijk volk!