Quetzaltenango en Chichicastenango

Quetzaltenango, Dinsdag 9 juli
Vandaag zijn we via de Pan-American Highway naar Guatemala gereden. Deze weg bestaat nog niet zo lang maar bij highway denk je toch niet zo snel aan een hobbel-bobbelweg.

De grens bestond uit twee gedeeltes; eerst de Mexicaanse en dan de Guatemalteekse. Daartussenin een stukje niemandsland. Karen moest met al onze passen van het ene naar het andere hokje lopen, overal wat geld afgeven en toen mochten we zonder controle door. Bij de grens is een klein dorpje van winkels en restaurantjes. Er staan een aantal mannen met dikke stapels bankbiljetten om geld te wisselen. Het ziet er duister uit maar het is legaal.

In Guatemala werd het landschap ruiger. Overal zie je indianen lopen met takkenbossen op de rug en ook veel schapenhoedstertjes. We zitten nu in Quetzaltenango. Dit is de tweede stad van Guatemala maar het is er niet aan af te zien. Wat grootte betreft waarschijnlijk wel maar wat allure betreft niet. Het is tamelijk vervallen en er zijn geen interessante winkeltjes.
Ons hotel is nogal armoedig in vergelijking tot de vorigen. Als je aan de kraan draait, draait de kraan.
Op het plein zie je allemaal schoenenpoetsertjes bezig. Op de markten ligt het fruit in glanzende piramides opgestapeld. En in de bank staan bewakers met riotguns. Bij het avondeten hebben we wat mentaal speurwerk verricht omdat er bij een aantal mensen geld gestolen is, gelukkig niet bij ons. (Bij elkaar tegen de 1000 gulden, een jaarsalaris) maar we kwamen er niet uit.

Chichicastenango, Woensdag 10 juli
Vandaag was weer zo'n geweldige dag. 's Morgens zijn we door een indianendorpje bij Totonicapán gewandeld. De mensen zijn hier zo vriendelijk (overal onderweg trouwens). Ze groeten en zwaaien naar ons. wij zijn voor hen net zo'n bezienswaardigheid als andersom. Zeker in dit dorpje waar af en toe een Baobab-groep langs komt en verder geen blanken.
De mensen (m.n. de vrouwen) zijn zeer fotogeniek vanwege hun kleurrijke klederdracht en de manier waarop ze spullen op het hoofd dragen. Soms willen ze niet op de foto maar meer omdat ze verlegen zijn dan om andere redenen. Dit dorpje kwam redelijk welvarend over. Overal zie je blauwe wasplaatsen met 4 wasbakken en stromend water. De was wordt vervolgens in de berm gedroogd. Alles is nog zo puur.

Als de kinderen ons ontwaarden dan riepen ze de rest bij elkaar: "Hé gringo's" en vervolgens kwamen alle kinderen aangerend en wilden graag op de foto. Af en toe deed ik dus net alsof ik een foto maakte om ze tevreden te stellen. Dat is dus flink in tegenstelling tot wat in de boeken staat.

We zijn in een schooltje gewest dat Baobab wil steunen. Wij moesten in de bankjes gaan zitten en de kinderen gingen voor de klas liedjes voor ons zingen. Dat was heel schattig. Ze hadden voor ons een groot plakwerk gemaakt: Welcome Friends from Holland. Daarna zongen wij Nederlandse liedjes voor hen. Dat zoiets nog zo spontaan kan zijn dat kun je gewoon niet geloven, maar dit was gewoon echt en gemeend.

Even verderop zijn we een huisje binnen geweest. Het bestond uit een klein binnenplaatsje waar maďs te drogen hing en een spinnewiel stond. Binnen was het huisje 4x6 meter of zoiets en er stond voornamelijk een enorm weefgetouw. Een groot doek is in één dag klaar.
Karen, onze reisleidster, deelde overal in het dorp foto's uit die ze de vorige keer had gemaakt. De mensen waren er heel enthousiast over.

's Middags zijn we naar Chichicastenango gereden. Onderweg waren ze aan de weg bezig en daar sta je dan al snel een half uur. Er verschijnen dan ook onmiddellijk allerlei kraampjes waar van alles verkocht wordt. Onderweg zagen we ook nog een soort megawasplaats. Het leek op een groot zwembad met allemaal wasbakken eromheen waar het wemelde van de vrouwen uit de omgeving die daar de was kwamen doen. Bij gebrek aan een rivier of meer waarschijnlijk.

In Chichi waren ze de markt voor de volgende dag aan het opzetten. We slenterden wat over de markt en opeens stonk het vreselijk. Toen we om ons heen keken zagen we een kar met allerlei ingewanden van dieren. Het stonk dus naar rottend vlees. Gadverdamme! Sommigen kraampjes verkopen dus al wat. Het zijn hier goede zakenlieden en onderhandelaars. Ze laten zich niets wijsmaken en het is moeilijk een redelijke prijs te betalen.
Twee oudere vrouwtjes waren daar echt sterk in maar ze vroegen gewoon teveel en we wilden het niet meer hebben. We hadden wel bewondering voor ze tot ze ons een half uur later de halve markt achterna kwamen en steeds maar prijzen bleven bieden die we teveel vonden. Ze deden ook erg vreemd: dan weer $85, vervolgens $90, dan weer $75 enz.
Ook was er een man met humor. Die zei dan bijv. 50 quetzales en 5 quetzal voor een cola. Uiteindelijk voor ong. 30 gulden aan spullen gekocht. Wij hadden voor ons gevoel een redelijke prijs betaald maar aan de gezichten van de verkopers bij de betaling te zien toch nog teveel.

San Pedro, Donderdag 11 juli
Vanmorgen naar de bekende markt in Chichicastenango geweest. Deze markt is in tegenstelling tot de anderen waar we geweest zijn nogal voor toeristen. De vraagprijzen zijn enorm hoog; zo hoog dat we in afdingen af en toe zelfs geen zin meer hadden. Deze markt is meer "hoogbouw". Iedereen heeft a.h.w. zijn eigen "carport" gemaakt van stokken en doeken.
Het is wel erg kleurrijk allemaal en vanwege het toerisme is er wel veel te koop voor onze westerse smaak. Maar zelfs met de hogere prijzen kun je met afdingen nog spotgoedkoop aan spullen komen.
We wilden twee kinderbroekjes voor $30 maar de verkoper wilde niet lager dan $35. (Hij begon bij $90) Even buiten de markt begonnen ze al met $15 per stuk. We hebben er maar twee voor $20 gekocht en dat was zo snel bekeken dat die man er waarschijnlijk nog dik op verdiende. ($1= 1 quetzal=30 cent)

Aan de rand van de markt staat de kerk van Santo Tomas. Op de trappen van de kerk voeren de indianen met wierook rituelen uit om aan de geest die op de drempel zit toestemming te vragen om de kerk binnen te mogen. Ze hebben dan ook niet graag dat er toeristen op die trap komen die voor hen heilig is. En toch beklimmen veel toeristen die trap en gaan van 1 meter afstand foto's maken. Het mooiste wat we vandaag hebben gekocht is een beeldje van een groen gesteente. Het was een beeldje wat anders was als de honderden die verder op te markt te vinden waren. Ze begonnen met $225 en na een half uur onderhandelen, weglopen, terugkomen enz. hebben we Gabi gestuurd die het voor $70 kon krijgen.

Om 11.30 uur moesten we naar de bus. We waren wel koopmoe maar konden toch nog wel wat gebruiken. Helaas was het in Panajachel allemaal een stuk duurder dus daar hebben we maar niets gekocht. Daar wilden ze niet onderhandelen of iets verkopen, zo gemakkelijk gaat het daar vanwege het toerisme. Onderweg naar Panajachel lagen we voor op schema dus nog even een dorpje in geweest. Daar was een gewone markt voor de indianen. Ze verkochten er zelfs gefrituurde varkensneuzen- en staarten!! Gatver!

Van Panajachel naar San Pedro gevaren over het meer van Atitlán. Helaas was het rotweer dus van "het mooiste meer ter wereld" hebben we weinig gezien. Bij aankomst sprongen er zo'n 20 kinderen op de boot om onze bagage te dragen. Het ging er wel wat wild en vechtlustig aan toe: 1 grote tas levert nl $2 op en een kleine $1. De regel is 1 tas per kind. Er deden ook volwassenen aan mee. Één van hen stond met twee van onze tassen en Karen moest zeggen dat dat niet mocht.
We overnachten in een pension. Tijdens het eten viel de elektriciteit uit maar daar was al op gerekend want de kaarsen stonden klaar.

Vervolg: Meer van Atitlán en Antigua