San Cristóbal de las Casas

San Cristóbal de las Casas, Zaterdag 6 juli
Vandaag blijkt hoe groot de schade is na de aanval van gisteren. Hans heeft 1 pijnlijke bult op zijn arm van zo'n 8x6 cm. Ik heb 5 bulten die wat kleiner zijn en niet stijf meer maar beginnen te jeuken.
We hebben vandaag het tropisch regenwoud verruild voor de hooglanden met dennenbomen en zitten nu in San Cristóbal de las Casas.

Maar voor het zover was hebben we twee watervallen bezichtigd. De eerste was Cascada Misol-Há. Deze was breed en hoog. We zijn er even geweest. Daarna kwamen we bij Agua Azul. Dit is meer een lange snelstromende rivier die eindigt in een brede korte waterval. Ook heel mooi om te zien. Je kon langs de oever van de rivier lopen. Hoe verder je kwam hoe meer indianen we zagen. Ze wasten zich in de rivier of deden de was.
Er liepen varkens, kippen, honden, kalkoenen en blote kindjes door elkaar. Helaas kunnen ze ook bedelen: "1 peso voor een cola". We zagen een boom met een nest reuzen-wespen. Dit waren echte wespen maar dan groot dus dat van gisteren waren geen wespen.

Daarna naar San Cristóbal. Het wordt steeds kouder en hoger dus de kleding van de indianen veranderd. Ze dragen nu meer wollen jurken; de vrouwen dan. De mannen zien er gewoon uit. Vandaag veel zwalkende zatlappen gezien omdat het zaterdag is.

San Cristóbal de las Casas, Zondag 7 juli
Vanmorgen ontbeten in een restaurantje met Heintje op de achtergrond! We dachten even dat we een zonnesteek hadden opgelopen.

Daarna zijn we naar 2 indianendorpen geweest. Eerst naar Chamula. Daar staat een katholiek kerkje. Maar de indianen accepteren dat geloof niet echt. Ze hebben alleen de doop geaccepteerd. In de kerk staan geen banken maar de tegelvloer is bezaaid met dennennaalden. Langs de muur staan aangeklede beelden van katholieke heiligen maar in de gedachten van de indianen zijn het gewoon nog de Mayagoden.
Wanneer de indianen in de kerk gaan, gaan ze eerst achterin staan om hardop gebeden te zingen. Daarna lopen ze naar een heilige en zetten kaarsen d.m.v. de warme was op de grond. Daar gaan ze achter knielen. Er staan telkens 3 à 4 rijen van 20 kaarsen. We zagen een vrouw (waarschijnlijk een 'priesteres') en een kind. Ze had flesjes cola en rum en die bewoog ze steeds al biddend over de kaarsen. Zo ook met een dode kip. De kip is een heilig dier. Eerst wordt het kwaad overgebracht naar de kip en daarna gedood. Vervolgens ging ze met de eieren over de armen van het kind. Daarna wordt de cola met rum gedronken. Die is dan in een medicijn veranderd om alle ziekten e.d. te genezen. Van die cola moet je boeren en dan komt het kwaad er uit. Een ziekte is bij hen ook nooit iets lichamelijks maar je hebt iets fout gedaan. Er hing een hele aparte sfeer in de kerk.
Toen de Spanjaarden kwamen hadden de Maya's er geen moeite mee om het kruis als symbool te accepteren. Zij zagen het kruis namelijk al als levensboom. Je ziet ook nu nog overal typische kruisen. Twee bij elkaar betekend zon en maan. Eb drie kruisen bij elkaar betekenen drie heiligen.

Buiten de kerk was het markt. De indianen van Chamula hebben allemaal blauwe kleren aan; de mannen een soort zwarte bontvellen of witte dekens. Dit dorp is erg arm en dat kun je aan de mensen wel zien.
De kinderen zaten allemaal aan Maud's haar dat ze wilden vlechten. Ze deden Maud zelfs een armband om. Die was gratis maar dan moest ze wel voor 5 peso's haar haar laten vlechten. Voor 1 peso konden we de mensen fotograferen. De dorpsgek (een oud vrouwtje dat aan het spinnen was) hebben we voor 2 peso's gefotografeerd. Ze leek het wel grappig te vinden dat ze zo meer kon verdienen dan met spinnen. Opvallend was dat de twee vrouwen achter haar telkens de doeken voor het gezicht deden wanneer wij fotografeerden.

Het bestuur van het dorpje wordt gevormd door de raad van wijze mannen. Deze lopen in heel aparte klederdracht. Het is strikt verboden om ze te fotograferen. Iedere man moet 1 jaar zitting nemen in de raad. De chief dient 4 jaar. Zo nu en dan wandelen ze wat rond en drinken wat. Het resultaat is dat ze rond lunchtijd vaak al dronken zijn. Toen wij er waren spraken ze recht buiten op het plein. Hun vonnis wordt onmiddellijk in werking gesteld. Er is geen beroep en hun wetten gaan voor de landelijke.

Daarna zijn we naar Zinacantán gereden met de bus. Vroeger werd dat stuk gelopen maar sinds de groepen vaak overvallen werden dus niet meer. Dit dorp is veel rijker. Zij leven nl. van de bloemenhandel en kunnen dat exporteren. Je kunt die welstand overal aan zien: zijzelf en zelfs de straathonden zien er gezonder uit. De kleding is schitterend (letterlijk en figuurlijk) geborduurd. In dit dorp dragen ze roze/rode kleding.
Alles is hier overal zo puur: toeristen mogen komen maar er zijn er weinig (in het 2e dorp alleen Baobab). Je mag kijken en jezelf blijven mits je je aan bepaalde gedragscodes houdt maar verder is het hun wereld. Er is geen toeristenindustrie. Zelfs niet in een stad als San Cristóbal. De souvenirs die je er kunt kopen zijn gewoon gebruiksvoorwerpen door de plaatselijke bevolking.

's Avonds hebben we nog kennisgemaakt met een opmerkelijke man: Sergio Castro. Hij is een mesties die als landbouwkundige naar Chiapas werd gestuurd en hier zoveel leed onder de indianen zag dat hij ging helpen. Hij doet dat (bijna) alleen door giften uit het buitenland: geld en goederen. Hij bouwt schooltjes, werkt als arts en geeft bijv. voorlichting aan toeristen zoals wij vanavond. Hij laat dia's zien en vertelt over de indianen. Ook heeft hij veel verschillende kledingstukken van de verschillende stammen.
Er zijn 7 taalgroepen in Chiapas. Stammen met dezelfde taal kunnen onderling trouwen. De originele Maya-taal wordt echter alleen door de Lacandones gesproken. Er zijn momenteel ong. 700 Lacandones en inteelt vormt dus een probleem. Zij leven in 3 dorpen waarvan er één nog volledig volgens de oude Maya-rituelen leeft.
Sergio werkt voornamelijk bij de Chamula's omdat die het armste zijn. Hij krijgt veel met (zeer ernstige) brandwonden te maken. Mensen leven in een klein huisje van 2x3 meter. In het midden brand een vuur en daar leven ze dan met zo'n 15 mensen. Er valt dus al snel iemand in het vuur. Bovendien worden feesten ook met veel vuur gevierd. In Mexico is medische hulp gratis maar voor de arme indianen betekend dat vaak op de goedkoopste manier: amputatie. Sergio probeert dat te voorkomen. Het was een zeer indrukwekkende dag.
En het is mooi om dan te horen dat oud-Baobab-gangers in Nederland een stichting t.b.v. de Chiapas-indianen hebben opgericht en dat de donaties rechtstreeks naar Sergio gaan.

San Cristóbal de las Casas, Maandag 8 juli
Vandaag zijn we afgedaald naar de Sumidero-canyon om een boottocht te maken van ong. 2 uur. Onderweg een paar zeer fraaie uitzichten vanuit de bus gezien. De boot bleek geen normale boot maar een speedboot. De uitzichten op het water waren zeer fraai. Op een bepaalde plek was de canyon bijna 1000 meter hoog in een verticale wand. Op een andere plek was een enorme waterval die ze vanwege de vorm de Kerstboom noemen.
Het was wel insmeren geblazen want op de boot was geen schaduw te vinden en de zon scheen volop. We hebben twee krokodillen gezien. Één zeer groot exemplaar (groter dan in Kenia) en een baby krokodil.

's Avonds hebben we in een winkel nog wat gekocht. Toen we aan de verkoopster het geld gaven maakte ze er een kruis mee en blies erop. Wij dachten dat ze zo misschien boze blanke geesten bezwoer maar het blijkt dat de mensen God soms zo bedanken voor de inkomsten.
Hier in San Cristóbal zijn trouwens veel militairen. Op 1-1-1994 is hier nl. de opstand van de Zapatistas begonnen eb alhoewel dat allemaal achter de rug is blijft er toch nog wat sudderen. We hoorden trouwens dat het ministerie van buitenlandse zaken nog steeds een negatief reisadvies geeft voor Chiapas: niets van gemerkt.

Vervolg: Quetzaltenango en Chichicastenango