Yucatán

Valladolid, Dinsdag 2 juli
Vandaag van start met deze reis van Baobab Reizen.
Na een lange reis met nogal wat turbulentie zijn we dan in Cancun aangekomen. Daar bleek dat Patrick Kluivert ook bij ons in het vliegtuig had gezeten. Wij wilden hem niet storen door met hem op de foto te gaan, maar later werd ons verteld dat hij daar nogal op kickte. (Zijn vriendin kon het echter minder waarderen.) Ook Henk van Dorp kwam uit hetzelfde vliegtuig maar die zat star-class.
Onderweg mochten we nog even de cockpit in maar de piloten waren nogal arrogante macho's. Net voor we landden moest het vliegtuig gedesinfecteerd worden met kleine spuitbusjes. De stewardessen spoten wat over de vloeren en toen de busjes op waren was het verder wel prima.
In Cancun was het bloedheet en vochtig. Je kreeg echt een schok. Buiten zagen we direct reclames voor "Planet Hollywood" e.d. dus we waren blij dat we weer weg konden. We reden over een lange rechte snelweg door Yucatan naar Valladolid. Op de snelweg was geen verkeer! De vegetatie is in heel Yucatan hetzelfde: tot zo’n 4 meter hoge muren van groen.
Aangekomen in het hotel kregen we te horen dat we de verdere vakantie geen w.c.-papier in de w.c. mogen gooien maar in de vuilnisbak anders raakt de riolering verstopt. Dat zal wel even wennen worden.

Mérida, Woendsdag 3 juli
Vandaag onze eerste Maya-ruďnes gezien, nl. die van Chichén Itzá. Het hoofdcomplex stamt uit de post-klassieke periode en is beďnvloed door de Tolteken die toen de Maya's overheersten. Erg indrukwekkend. Vooral de piramide. Natuurlijk moest deze beklommen worden. 91 Treden die hoog en stijl waren. Dus eenmaal boven waren we drijfnat.
Eigenaardig was de akoestiek van de tempel. Als je beneden stond en in je handen klapte dan weerklonk er een heel eigenaardige echo die klonk als een piepje. Ook erg opvallend is het feit dat op slechts 2 dagen per jaar een schaduw van een kronkelende slang ontstaat. Dit is in mei en september; de zaai- en oogsttijd. Hierdoor blijkt wel dat de Maya's over zeer veel kennis beschikten.

Ook mooi was het veld voor het balspel. Er hing een ring aan de muur en het doel was de bal met benen, schouders of elleboog er doorheen te werken. Als er eenmaal was gescoord was het spel afgelopen. De Tolteken introduceerden het mensoffer bij de Maya's. De winnaar (aanvoerder) van het spel werd onthoofd door de verliezer in een speciale tempel boven het speelveld. Geofferd worden was een eer. Je was dan een brenger van leven. Nabij het speelveld was een soort begraafplaats waar alleen de dode spelers werden begraven en geen andere mensen.

De kalender telde 18 maanden van 20 dagen + 5 dagen. Kinderen die in deze laatste 5 dagen van het jaar werden geboren werden geofferd. Dit gebeurde als ze tussen de 4 en 12 jaar waren zodat ze begrepen wat er met hen gebeurde. Veel reliëfs en tekeningen gaan over het offeren. Duidelijk is dat de tijd van de Tolteken een bloedige tijd was.

Er waren nog enkele Chac-Mools te zien (afgeschermd om ze te behouden voor de toekomst) waar de harten werden opgelegd die uit nog levende mensen werden gesneden zodat ze bij het offeren nog klopten. Deze mensen werden eerst gedrogeerd zodat ze geen pijn voelden. Het ging dus niet om het folteren maar om geofferd te worden. De buitgemaakte vijand werd overigens wel gefolterd en dus niet gedrogeerd.
Mensoffers werden door de Tolteken ingevoerd. Maya's kenden alleen bloedoffers: oren, tong, penis en vingers doorboren en het bloed verzamelen en verbranden.

‘s Avonds hebben we in een kantoorwinkel een schriftje gekocht. Dat ging nogal omslachtig. Wij wezen een schriftje aan. Een man schreef een bonnetje. Hij gaf het schriftje aan een mevrouw en het bonnetje aan een andere mevrouw bij de kassa. Deze stempelde de bon en rekende af. Vervolgens ging zij met de bon naar de mevrouw die het schriftje had. Deze controleerde de bon en pakte het schriftje in. Wij kregen het schriftje maar niet de bon. Je krijgt hier trouwens nergens een bon vanwege de stempel-check-manie.

Vervolg: Palenque